Het Amerika van Mostaert is terug

Het Rijksmuseum heeft een felbegeerd werk uit de collectie van Goudstikker gekocht. Het is de grootste aankoop van directeur Wim Pijbes. „De onderhandelingen waren pittig.”

Het stond al jaren op het lijstje van werken die het Rijksmuseum uit alle macht wil verwerven: De ontdekking van Amerika van de Haarlemse 16de-eeuwse schilder Jan Mostaert. Een schilderij dat niet zozeer imponeert door zijn schoonheid, maar door het historische verhaal dat het vertelt. Vandaag is het definitief terug in Nederland, na zes jaar verblijf in de VS. Het is de grootste aankoop van directeur Wim Pijbes voor het Rijksmuseum. Meer mag hij niet zeggen, de prijs kan hij volgens de afspraken met de verkopers niet noemen.

Die verkopers zijn de Amerikaanse erven van de Joodse kunsthandelaar Jacques Goudstikker, onder aanvoering van zijn schoondochter, Marei Von Saher. In 2006 besloot de Nederlandse regering hun 202 werken terug te geven die de nazi’s in de oorlag hadden geroofd. Dat was een verlies voor veel musea, die meesterwerken van hun muren zagen verdwijnen. Direct werden lijstjes gemaakt van werken die Nederland zou moeten terugkopen. Dit paneel van Jan Mostaert, die geldt als de eerste Europese kunstenaar die het nieuw ontdekte werelddeel schilderde, stond bovenaan. De Mostaert is mogelijk het laatste belangrijke werk van de ‘Goudstikkers’ dat in Nederland terugkeert. Met de aankoop komt een eind aan wat Pijbes „een roerige” en „emotioneel beladen” periode noemt, waarin de relatie tussen de erven Goudstikker en Nederland zeer gevoelig lag.

Pas vorig jaar kwam het schilderij van Mostaert in de verkoop. Naar verluidt is het eerst aan Amerikaanse musea aangeboden. Het Rijksmuseum deed in 2012 zijn eerste bod. Dat werd volgens Pijbes afgewezen als „veel te laag”.

Vlak voor de de internationale kunstbeurs Tefaf in Maastricht, waar kunsthandelaar Simon Dickinson het werk toonde, meldde deze krant dat het Rijksmuseum een optie had genomen. Het bod lag volgens geruchten rond de vijf miljoen euro. De vraagprijs was bijna elf miljoen. Dat werd als een hoog bedrag gezien. Maar het is verklaarbaar. Behalve voor de eigenaren is ook voor advocaten, taxateurs en kunsthandelaren een hoge prijs van belang, omdat zij daarvan een percentage krijgen.

Directeur Hugo Nathan van kunsthandel Dickinson zei op de Tefaf dat de verkopers „graag zouden zien dat de Mostaert in het Rijksmuseum zou komen, als gebaar naar de Nederlanders”.

Het Rijksmuseum was er niet gerust op. Pijbes: „Je weet nooit of een particuliere verzamelaar uit de VS, uit Mexico of een van die andere opkomende economieën op zo’n beurs langsloopt en achteloos wel die elf miljoen euro uit zijn achterzak haalt.”

Dat gebeurde niet. Na de beurs heeft het werk Nederland niet meer verlaten. De onderhandelingen gingen door. De basis van de financiering had het Rijksmuseum al gelegd in 2012. Pijbes: „Wij krijgen jaarlijks zo’n 3,5 miljoen euro van de BankGiroLoterij, die we gebruiken voor aankopen. Van 2012 hadden we nog geld over, en dat van 2013 kwam daarbij. Daarnaast was belangrijk dat de Vereniging Rembrandt haar steun had toegezegd. Voor andere fondsen geldt dat als een keurmerk.”

Ook het SNS Reaal Fonds en het VSB Fonds zegden toe. Het Mondriaan Fonds deed mee samen met het kunstaankopenfonds van het ministerie van OCW. Pijbes: „In Nederland heb je aan vijf telefoontjes genoeg om het te regelen als het nodig is.” Sommigen verhoogden rond de Tefaf nog hun bijdrage. „Jet Bussemaker heeft zich er zelf nog mee bemoeid. Al die steun helpt, dan kun je agressief zijn in het onderhandelingsproces.”

Die onderhandelingen noemt hij „pittig”, de betaalde prijs „stevig” maar lager dan de vraagprijs. Over het verkoopproces doet de New Yorkse advocaat Frank Lord, die Von Saher vertegenwoordigt, geen mededelingen. De concessie die Von Saher heeft gedaan, wordt door hem aangeduid als een „gedeeltelijke schenking van het schilderij”.

Pijbes is blij met deze aankoop, kort na de aankoop van een Japanse lakkist (7,1 miljoen euro). „Dit is precies een voorbeeld van de werken die ik hier wil laten zien. Werken die een verhaal vertellen waarin kunst en geschiedenis samenkomen”, zegt hij. „Mostaert laat dertig jaar na Columbus zijn verbeelding van het nieuw ontdekte Amerika zien op basis van de reisverslagen die hij van de Spanjaarden heeft gehoord.”

Advocaat Frank Lord zegt dat Von Saher zeer verheugd is en leest een verklaring van haar voor: „Ik ben er zeker van dat Jacques Goudstikker net zo blij geweest zou zijn als ik nu ben dat dit werk in het Rijksmuseum te zien zal zijn.”

Jacques Goudstikker zal herdacht worden met een bordje bij het schilderij. Pijbes: „Die geste heeft hij verdiend. Goudstikker was een fenomeen in een periode dat de internationale kunsthandel bloeide en Amsterdam daarin een draaischijf was. Het is bovendien een ode aan de belangrijke Joodse kunsthandel, die door de oorlog geheel is verdwenen.”

„Van die geste aan Jacques Goudstikker wist ik nog niet”, reageert Lord. „Wel dat Marei von Saher bedankt zou worden voor haar gedeeltelijke schenking.”