Gezinsauto op zonnestroom

De prijs van zes ton stelt Exxon, Shell en BP nog gerust, maar of de oliemaatschappijen het einde van deze eeuw halen is ongewis nu de eerste gezins- auto op zonne-energie is gepresenteerd.

Zo’n 55 jaar na de uitvinding van DAF’s variomatic door Hub van Doorne heeft Eindhoven weer een autoprimeur: een gezinsauto op volkomen schone energie. „Paarden hadden hooi nodig, treinen steenkolen. De elektrische auto is ook verre van schoon. Deze zonne-auto is de eerste wagen die schoon rijdt en zelfs energie genereert.”

De presentatie van de eerste gezinsauto op zonne-energie klonk gisteren als één langgerekt eureka uit de mond van van Lex Hoefsloot en Roy Cobbenhagen van het Solar Team Eindhoven.

Een Nederlandse auto rijdt gemiddeld 37 kilometer per dag. Met dat gemiddelde levert de eerste gezinsauto op zonne-energie tien maanden per jaar energie op. De resterende twee maanden moet er stroom worden ‘bijgetankt’.

„De Prius verbruikt nog 13 kWh voor die 37 kilometer, het uurverbruik van tien wasmachines. Onze auto heeft het verbruik van een strijkijzer, 1,3 kWh”, jubelt het tweeëntwintig leden tellende studententeam, dat als eerste aan de World Solar Challenge in Australië (in oktober) gaat meedoen met een gezinsauto.

De ‘energiekampioen’ onder de auto’s, Tesla, geliefd in bakermat Silicon Valley, kost 80.000 euro en 1.500 euro aan elektriciteit. „Onze auto kostte alles bij elkaar zo’n 600.000 euro, maar is dan ook volledig handwerk”, aldus Hoefsloot en Cobbenhagen.

Ideaal is een snelheid van 60 tot 70 kilometer per uur, maar je kunt er 120 mee rijden. Per volle accu is 400 kilometer haalbaar. Maar in de zon, bijvoorbeeld met vakantie naar het zuiden, schatten de makers het bereik op 600 kilometer.

Doorslaggevend zijn behalve de zonne-energie de vorm en de materialen. „We wilden van de grond af aan opnieuw beginnen, met een totaal nieuw ontwerp om tot in de kleinste details energiezuinig te worden.”

De auto is vervaardigd van koolstofvezel, dat ook wordt toegepast in Formule I-bolides. De productie daarvan is duur, maar de kosten dalen snel, onder andere door de interesse van Volkswagen, BMW en Boeing. Dankzij dit materiaal is de Solar Car vier keer zo licht als de huidige doorsnee-auto.

Een tweede uitdaging was de optimale aerodynamica met een groot zonnepaneel. Dat meet nu bijna zes vierkante meter, op het dak van 4,50 bij 1,80 meter. „Inzittenden hebben hoogte nodig, het paneel een groot oppervlak, maar de auto moet minimale wrijving hebben. Dat hebben we opgelost door de auto naar achteren taps te laten toelopen.”

Er is geen motorkap nodig, want de motoren zijn in de velgen van de voorwielen verwerkt, waarmee ook op gewicht van overbrenging met tandwielen is bespaard. De wrijvingsverlies is minimaal.

Geld kwam van sponsors, van toeleveranciers van de auto-industrie, zoals Weimo, Sugula en Benteler. ABB deed mee, omdat het Europa wil voorzien van een infrastructuur voor het opladen en afgeven van elektriciteit. De zonne-auto kan dan straks overbodige energie afgeven voor andere wagens.

Hans Streng, hoofd infrastructuur elektrische auto’s van ABB: „We vonden die race in Australië altijd spielerei, maar deze ontwikkeling is een grote stap vooruit. Nu kun je gaan denken aan businessmodellen, die binnen vijf of tien jaar marktrijp zijn.”

De leasebedrijven Terberg en Autorent werden sponsor om mee te mogen kijken in deze toekomst. Chipproducent NXP in Nijmegen, Beijer Automotive in Schijndel en Prodrive in Eindhoven leverden elektronica. Philips vervaardigde de zuinigst mogelijke lampen.

DAF Trucks dacht mee en sponsort met de testbaan. Jack Martens, projectmanager geavanceerde technologie van DAF Trucks: „Dit is een heel bijzonder project. Onderdelen, zoals de elektronica die ontwikkeld is in het stuurwiel, hebben onze bijzondere belangstelling.”

De hele wagen is volgens Martens nog „te spartaans” voor de markt. En meer comfort, zoals een airco, stuwt de energiebehoefte. „Maar de efficiency waarmee zonne-energie kan worden geladen, verbetert snel.”

De commerciële ontwikkeling van de auto als geheel voortzetten als Nederlandse technologie, ligt moeilijk, zegt Ton Backx, decaan electrical engineering van de TU Eindhoven. „VDL nam de productie in Born over van Mitsubishi, maar de Solar Car is pas een prototype. Nederland is vooral heel sterk in leveranties aan de Europese automobielindustrie. Daarin ligt onze toekomst.”

De hamvraag is hoe lang het duurt voordat auto’s op zonne-energie op de markt komen. „We denken dat productie binnen tien jaar mogelijk is, maar als overheden er vaart achter zetten met uitgekiend energiebeleid en nauw samenwerken met de industrie dan kan het ook vijf jaar zijn.”

Energieconsultant Jan Piet van der Meer, onder meer werkzaam voor AkzoNobel en gespecialiseerd in waterstof, gelooft daar niets van: „Met tien vierkante meter zonnepaneel wek je 1 kilowatt of 1,3 pk op. Dat is bij lange na niet genoeg.”

Robert Coffeng, manager mobiliteit van adviesbureau Oranjewoud, is positiever: „Er kan technisch veel meer dan we doorgaans denken. Voor de markt zijn de snelheid waarmee de kosten dalen en de betrouwbaarheid wordt opgevoerd doorslaggevend.”