Geen wetenschap op tv? Dat is geen probleem

Op internet zijn betere wetenschappelijke films, interviews en reportages te zien dan op de publieke televisie, vindt Herbert Blankesteijn.

De VPRO heft zijn redactie wetenschap op en daarmee verdwijnt het leeuwendeel van de wetenschappelijke tv in Nederland, treurde kort geleden deze krant (11 juni). Het is een drama voor de personen die op straat komen te staan, maar hoe erg is het dat de VPRO niet meer structureel documentaires en reportages over wetenschap zal maken?

In deze krant heb ik de afgelopen tweeëneenhalf jaar wekelijks de rubriek Bekijks geschreven, met recensies van programma’s over wetenschap op internet. Honderdnegen afleveringen, met verwijzingen naar de besproken video’s op nrc.nl – die allemaal nog terug te vinden zijn.

Als je de collectie overziet, valt de veelzijdigheid op. Vakgebieden van archeologie, biotechnologie, chemie en didactiek tot wiskunde en zoölogie: het zal moeite kosten een veld te vinden dat ontbreekt. Er is een geweldige diversiteit aan vormen. Documentaires en kortere reportages, maar ook vormen die een netmanager op televisie niet gauw zal toelaten, zoals lange interviews, lezingen, animatiefilms en debatten. Zelfs combinaties van wetenschap met drama, games, muziek en dans.

Bronnen waren soms professionele cineasten, soms talentvolle amateurs en daarnaast universiteiten. Een eervolle vermelding verdient de universiteit van Nottingham, met succesvolle YouTube-kanalen over scheikunde, natuurkunde en wiskunde en één over de grotten onder de stad. Kanalen ja, de 109 besproken video’s stonden niet op zichzelf. Een aanzienlijk deel betrof rubrieken die wekelijks nieuwe afleveringen produceerden, sommige tot vandaag aan toe. Grensverleggende makers waren bijvoorbeeld astronauten Don Pettit en Chris Hadfield met originele educatieve proefjes, en Emily Graslie, een nederige vrijwilliger van een museum in Amerika, met een vijfdelige serie over het uitbenen van een wolf.

Te lachen viel er ook. De Oostenrijkse theatergroep Monochrom maakte een comedyserie over het leven in een ruimtestation, er was een sketch over een superheld die zich lanceerde door een stroom melk uit te braken (gestaafd met formules) en een komische animatie uit de oude doos over Donald Duck in wiskundeland.

Adolf Hitler maakte zich boos over de procedures rond fondsenwerving en wetenschappelijk publiceren. Naast infotainment was er harde informatie en educatie, bijvoorbeeld in de vorm van de lessen van Salman Khan die letterlijk school heeft gemaakt met zijn Khan Academy. Khan heeft intussen een aantal andere educatieve talenten ingehuurd, zoals ‘mathemusician’ Vi Hart.

Je kunt bij wijze van spreken 24 uur per dag wetenschappelijke televisie zien zonder de publieke omroep een blik waardig te keuren. Maar komt Het Nederlandse onderzoek dan wel aan bod? Niet heel veel vrees ik. Misschien moeten Nederlandse onderzoekers eens betere video’s gaan maken. En mijn vermoeden is dat je via video’s op internet een beter en interessanter beeld van de wetenschap krijgt dan via Nederlandse tv-programma’s, voor wie het nogal duur is om over de grens te gaan. Interviews met bigshots als Richard Dawkins en Neil deGrasse Tyson zijn zo gevonden.

Niet getreurd dus, er zijn meer dan genoeg uitstekende programma’s over wetenschap te zien. Niet op de Nederlandse tv, wel op YouTube.

Herbert Blankesteijn is publicist.