Druk op Murray is onmenselijk

Andy Murray heeft deels thuisvoordeel in Londen. Gaat het slecht, voel je de angst bij het publiek, gaat het nog slechter. Een fan riep: „God sta ons bij.”

Tennis is zo verdomd eenzaam, schreef oud-Wimbledonkampioen Andre Agassi in zijn biografie Open, en dat is waarom spelers er „in het heetst van de strijd uit zien als idioten op het dorpsplein, schreeuwend en vloekend terwijl ze Douglas-Lincoln-debatten met zichzelf voeren. Golfers, werpers, doelmannen mompelen in zichzelf, maar tennissers práten echt met zichzelf, en ántwoorden ook nog.”

Uit de mond van Andy Murray viel gisteravond van alles op te tekenen („Wat ben je aan het doen?”) terwijl hij in de tweede set zijn slechtste tennis in maanden liet zien. Maar ook Murray moest het gisteren helemaal zelf doen toen hij met 2-0 in sets achter kwam en de Schotse nummer twee van de wereld voor het eerst deze editie van Wimbledon het Britse publiek tot wanhoop dreef. Hij verloor nog geen set, tot gisteren in de kwartfinale, en toen meteen twee.

Natuurlijk stond het hele centercourt, inclusief de gepensioneerde Schotse ex-Unitedcoach Sir Alex Ferguson, als één man achter hem. Maar zoals voormalig publiekslieveling Tim Henman – de Engelse viervoudig halvefinalist op Wimbledon – vaak zegt: de nervositeit van het publiek is tastbaar en bekruipt je. Het is een zichzelf versterkend mechanisme: het gaat goed, het publiek heeft vertrouwen, en het gaat nog beter. Het gaat slecht, je voelt de angst bij het publiek, en het gaat nog slechter. „God sta ons bij”, zei een toeschouwer naast de perstribune, toen Murray zich met een handdoek over zijn hoofd op de derde set voorbereidde.

„Boksers kunnen nog tegen elkaar hangen en grommen, en ze hebben hun mannen in de hoek”, schreef Agassi, voormalig nummer één van de wereld. „In tennis sta je tegenover je tegenstander, je wisselt slagen uit, maar je raakt hem niet aan en praat nooit met hem of wie anders dan ook. De regels verbieden je op de baan te praten met je coach. Mensen zeggen wel eens dat een atleet eenzaam is, maar dan moet ik lachen. Een hardloper kan zijn tegenstanders ruiken, voelen: ze zijn vlakbij. Bij tennis sta je op een eiland.”

Sinds Murray eind 2011 coach Ivan Lendl in zijn begeleidingsteam opnam, kende hij drie grote doorbraken. Eén: het behalen van de finale vorig jaar op Wimbledon als eerste Brit sinds Bunny Austin in 1938. Twee: de gouden medaille op het olympisch tennistoernooi op hetzelfde gras in Londen. Drie: zijn eerste grandslamtitel, september vorig jaar op de US Open. „Hij heeft een finale moeten spelen onder de grootste druk ooit”, zei Lendl vorig jaar in een persgesprek in Apeldoorn over de verloren finale op Wimbledon tegen Roger Federer in vier sets. „En hij deed het naar behoren.” Dus hoezo zou Murray niet met druk kunnen omgaan?

Lendl kon gisteren niets betekenen voor zijn pupil. De regels verbieden het. Murray, een „incredible mover” zoals zijn oud-coach Mark Petchey hem noemt, bewoog niet zoals normaal, sloeg ballen in het net alsof zijn racket verkeerd gespannen was en werd in de verdediging gedrukt door de uitstekende opslagen van de Spanjaard Fernando Verdasco, Murray’s eerste linkshandige tegenstander van dit jaar. „Ik weet hoe goed deze spelers zijn”, zou de Brit na de wedstrijd zeggen. „Het zijn al die andere mensen die zeggen dat ze dat niet zijn.”

Dus Verdasco, nummer 54 van de wereld, is geen kleintje. Eind vorig decennium nog toptienspeler, met een machtige forehand en een lastige service. Een vriend ook van Murray, wat goed te zien was bij de felicitaties na de wedstrijd. Een hartelijk onderonsje, terwijl de Spanjaard toch een 2-0 voorsprong had weggegeven.

Murray ging geduldiger spelen. „Ik dacht na over wat ik verkeerd deed, en wat de beste manier was om mezelf terug in de wedstrijd te werken. Ik paste mijn tactiek iets aan, nam meer tijd tussen de punten door. Daarna heb ik hem geen gratis punten meer gegeven”, zei hij op de persconferentie na afloop. En zo simpel is het, kennelijk, met 15.000 uitzinnige fans op het centercourt en het veelvoud daarvan op Murray Mountain voor een groot scherm op het park en voor de televisie.

„Zoals ik speelde vandaag: hoe vaker je in die positie gedrukt bent en hoe vaker je daar weer uitgekomen bent, begin je te begrijpen hoe je moet denken en hoe je je als het ware door de laatste sets heen moet onderhandelen”, aldus Murray. Hij deed dat met verve, al was de laatste set een tactisch steekspel waarin de Schot pas bij 5-5 door de service van Verdasco brak.

Toen was het gedaan: 4-6, 3-6, 6-1, 6-4 en 7-5. „Als ik jonger was geweest had ik deze wedstrijd wellicht verloren, maar ik heb geleerd hoe ik uit me lastige situaties kan werken.” Nu wacht de indrukwekkende Pool Jerzy Janowicz, die gisteren dertig aces sloeg in een driesetter. En Murray moet het weer helemaal alleen doen, vrijdag op centercourt.