Column

Arjen van Veelen De Spy-Shop

Wie die etalage bekijkt van de Spy-Shop in de Amsterdamse Baarsjes, wordt automatisch gefilmd. Er hangt een bewakingscamera aan de gevel; en eentje aan de overkant van de straat. De winkel zelf lijkt altijd gesloten: tralies voor de ramen; schemering in de showroom. Je komt alleen binnen op afspraak.

De etalage ligt vol spionagespulletjes. Zoals het ‘bionische oor’ en de ‘achteruitkijkbril’. Of de handleiding Easy Picking, om deursloten te openen. Het mooist is het groene pakje kauwgom met camera, dat opvallend retro oogt.

Bassie & Adriaan meets KGB-museum, zo lijkt het.

De Spy-Shop is de oudste spionagewinkel van Nederland. Eigenaar Dick Offringa (66) begon de zaak in 1978. Hij kwam vaak op tv. Als hij open doet, vertrekt er net een vrouwelijke klant. Ze laat wat verfomfaaide bankbiljetten achter.

„Ik ben een soort apotheker”, zegt Offringa. „De klant komt binnen, vertelt het probleem, en dan trek ik een la open: ‘dit moet je hebben’”. Hij helpt boeven, zakenlui, achterdochtige echtgenoten. Populair zijn: voicerecordertjes, videorecordertjes, volgsystemen. En de Blackberry met ‘cryptochat’.

Ooit begon hij met advertenties in De Telegraaf. ‘Luister uw buurman af, met een zendertje ter grootte van een suikerklontje’. Het liep storm. „Mensen zijn nu eenmaal nieuwsgierig”, zegt hij. Niets nieuws. Nog steeds is de catalogus alleen van papier; en niet online.

We zitten in fauteuils, naast een spiegelwandje en kamerplanten. Een bordje zegt: ‘Pas op, we worden afgeluisterd’. Op tafel liggen snufjes. Er naast drie oude televisies met bewakingsbeelden. „Dat zijn m’n ramen”, zegt Offringa. De echte ramen zijn deels afgeplakt, discretie voor de klant. Grote boeven zaten hier.

Hij toont een zonnebril met camera. Laatst ontdekte de eigenaar van een massagesalon dankzij zo’n bril dat zijn concurrent illegale seks aanbood. Maar ook soldaten die naar Afghanistan gingen, kochten er een, „om de battle te filmen”. Anekdoten genoeg. Over stelende bejaarden; dametjes met achtervolgingswanen; Klaas Bruinsma; paranoïde werknemers die bang zijn voor ontslag (die laatste ziet hij steeds vaker).

Vroeger, zegt hij, was tachtig procent van zijn klandizie zakelijk en twintig procent privé. Nu is dat eerder fifty fifty. Dat zegt iets over het onderling wantrouwen, denkt hij.

Tijden veranderen. Toen hij die bewakingscamera’s ophing, lag dat nog heel gevoelig, maar inmiddels, vanwege de „enorme maatschappelijke verharding”, is het gewoon noodzaak. En nu is de politie juist blij met z’n beelden. Laatst nog, toen hier iemand in een scootmobiel was aangereden. Of na een overval. „Om te gillen hoe snel zo’n morele regel kan omslaan.”

Om zijn eigen privacy bekommert hij zich niet. Vroeger, toen hij nog wat scharrelde met zwart geld, toen wel; maar nu mogen ze hem best afluisteren. Alleen Facebook, daar begint hij niet aan.