Column

De scenaristen van het oude normaal

Je kunt er bang voor zijn, maar je kunt het ook met blijdschap tegemoet zien: de normalisering van de rentestanden in de westerse wereld. De afgelopen maand zijn de rendementen op staatsobligaties flinks gestegen, maar vanaf het uiterst lage niveau waarop de centrale banken deze rentes in de Verenigde Staten en Noord-Europa hebben weten te houden.

Eens komt daar een eind aan en er circuleren steeds meer scenario’s over wat er dan te gebeuren staat. De wat oudere deelnemers herinneren zich de slachting van 1994 toen de Amerikaanse centrale bank de geldmarktrente van destijds 3 procent (absurd laag, vonden we dat toen) begon op te hogen. Obligatiehouders leden toen flinke verliezen, want ook de langetermijnrente steeg en dat gaat gepaard met lagere obligatiekoersen.

Bijna twintig jaar later neemt de wind de eerste vage geuren mee van die gebeurtenis. Alleen is het verwachte effect nu veel sterker. De geldmarktrente is overal bijna nul. Bij een reële rente van, zeg, 1 procent zou deze rentevoet moeten stijgen naar 3 procent als de inflatie keurig op 2 procent wordt gehouden. En dat is nogal een schok, zeker ook voor beleggers in obligaties met langere looptijden. Bij een normale rentestructuur, waarbij de marktrentes hoger zijn naarmate de looptijd langer is, heb je het dan al over reële rentevoeten van 2 procent of meer voor tienjarige overheidsleningen van stevige staten. Dat geeft, bij een inflatie van 2 procent, al een nominale rente van 4 procent.

Er is al op gewezen dat dit een groot potentieel gevaar is voor de overheidsfinanciën. Beleggers in obligaties kunnen flinke verliezen lijden. Bedrijven zijn meer geld kwijt aan rentelasten en burgers ook. Maar er zijn ook grote voordelen. In Nederland is rond het sociaal akkoord van dit voorjaar flink gesteggeld over het al dan niet kunstmatig ophogen van de rekenrente die pensioenfondsen hanteren. Mocht die rekenrente straks stijgen naar 4 procent dan worden de pensioenproblemen plots een stuk overzichtelijker. Spaarders krijgen meer rendement op hun geld.

De Amerikaanse zakenbank Goldman Sachs liet gisteren in een onderzoek nóg een voordeel zien van een stijgende rente. De bank publiceerde een lijst van grote bedrijven waarvan de toekomstige verplichtingen van hun pensioenfonds op dit moment groter zijn dan de waarde van het gehele bedrijf op de beurs. Daaronder zijn Philips (114 procent), KPN (143 procent) en AkzoNobel (156 procent). Volgens Goldman Sachs hebben bedrijven met relatief hoge pensioenverplichtingen het de afgelopen tijd op de beurs beduidend slechter gedaan dan zowel de totale aandelenmarkt als de concurrenten uit hun eigen sector. Het zou zomaar kunnen dat ze het extra goed gaan doen als de zaken normaliseren.

Grote vraag is natuurlijk of dat laatste ook echt gebeurt. De hik van Portugal gisteren op de Europese obligatiemarkt kan misschien kortstondig zijn, maar hij herinnert er wel aan dat de crisis verre van over is. De economie, én de financiële markt, ligt nog steeds op de intensive care van de centrale banken. Het infuus met goedkoop geld en lage rentes mag dan misschien een beetje worden dichtgedraaid, eruit mag het nog lang niet.

De redacteuren Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze wisselcolumn over economische ontwikkelingen.