Coup, geen revolutie

In Egypte heeft geen nieuwe revolutie plaatsgevonden, maar een militaire staatsgreep. De eerste democratisch gekozen leider van het land is afgezet door het leger.

Hoe opgelucht veel Egyptenaren daarover ook zijn: zo’n door de strijdkrachten afgedwongen machtwisseling heet een coup en is een onheilspellend begin voor een nieuwe politieke orde.

Nu was het geen klassieke coup. Miljoenen Egyptenaren gingen afgelopen dagen de straat op om het vertrek van president Morsi te eisen. De onvrede over hem en zijn Moslimbroeders was groot, liep al maanden hoog op en werd gedeeld door uiteenlopende groepen in de Egyptische samenleving, ook door partijen die hem aanvankelijk steunden.

Zij hadden veel legitieme bezwaren tegen Morsi. Zijn Moslimbroeders hadden de parlementsverkiezingen gewonnen en hijzelf de presidentsverkiezingen – maar democratisch was zijn bewind niet. Zijn beleid was er bovenal op gericht alle macht bij de Moslimbroeders te concentreren. Van persvrijheid was geen sprake. Laat staan van effectief beleid om het land uit de economische malaise te halen.

In november deed de president zélf een machtsgreep, toen hij per decreet bepaalde dat zijn wetten en besluiten niet meer voor de rechter aangevochten konden worden. Daarmee zou hij een haast onaantastbare heerser zijn geworden. Na woedende reacties moest hij dit decreet uiteindelijk intrekken en erkennen dat het een fout was. Maar wat hij nog aan geloofwaardigheid bezat, had hij voor veel Egyptenaren toen al verspeeld.

Tegen die achtergrond was het brede verzet tegen Morsi begrijpelijk, net als de vreugde na zijn val. De vraag is nu of deze staatsgreep kan leiden tot een herkansing voor de revolutie van 2011.

Het Egyptische leger heeft decennialang het autoritaire bewind van Mubarak gesteund. Het heeft veel ernstige schendingen van de mensenrechten op zijn geweten. En bij een goed functionerende democratie hebben de militairen geen belang, die zou hun enorme economische belangen in allerlei sectoren wel eens kritisch onder de loep kunnen nemen.

Maar het leger heeft de afgelopen twee jaar wel iets geleerd. Het is een goed teken dat voor het stappenplan dat gisteren werd gepresenteerd, overlegd is met religieuze groepen en met politieke organisaties en activisten van alle richtingen (alleen de Moslimbroeders weigerden daaraan mee te doen). Zo konden zij de nu ingezette koers ook steunen. Ook verstandig is dat het leger niet een militair tot tijdelijk staatshoofd heeft benoemd, maar de voorzitter van het Constitutioneel Hof. De bedoeling is dat na brede consultaties consensus wordt bereikt over amendering van de Grondwet, waarna verkiezingen volgen.

Maar consensus bereiken in het verdeelde Egypte zal een helse klus blijven. En de Moslimbroeders mogen verzwakt zijn, ze zijn niet opeens verdwenen. Hoe zij reageren, en hoeveel ruimte ze krijgen, zijn de eerste tests voor het nieuwe Egypte.