Borrel

Ze werkt op de afdeling Communicatie, de verwarde Cavia. Feuilleton over haar leven en lotgevallen.

De zomerborrel werd normaal gesproken in de tuin gehouden, maar omdat er nu steigers stonden borrelden ze gewoon tussen de bureaus in. Met cava, dat wel. Cynthia stond het ene glas na het andere achterover te slaan, en hoewel de verwarde cavia eigenlijk niet goed tegen alcohol kon, deed ze voor de vorm toch ook maar mee.

Wat giechelig stond ze ergens halverwege de avond in de pantry grote stukken onrijpe brie op toastjes te doen, toen er ineens een schaduw over haar heen viel. Een man. Lang, met krullen, en een vrolijke blik in de ogen.

„Hallo hallo”, zei hij. „En wie hebben we hier?” Cavia zei: „Cavia”, en dacht: waarom kan ik nooit leuk uit de hoek komen bij leuke mannen? „Ha, Cavia! Leuke naam”, constateerde de leuke man. „Hm-m”, zei Cavia, en stortte zich weer op het brieproject. „Laat mij dat nou maar doen”, zei de leuke man. „Ik kan dit soort onhandigheid niet aanzien.” En hij pakte het mes uit haar poten. „Hé”, protesteerde Cavia nog, maar toen was de leuke man al bezig om de toastjes te smeren en snel te rangschikken op de schaal.

„Zo hé”, zei Cavia, alweer minder origineel dan de bedoeling was. „Ik ben kok”, zei de leuke man. Een kok, dacht Cavia, het moet niet leuker worden. „Levendig gesprek hebben we, hè?”, zei de leuke man. Cavia voelde dat ze rood werd, en was voor de zoveelste keer dankbaar voor haar vacht.

„Maar hoe heet jij dan?”, vroeg ze eindelijk.

„Steven. Mijn zus werkt hier. Ze heeft me hier mee naartoe gesleept.”

„O? Wie is je zus dan?”

„Erna.”

„Van human resources?”, vroeg Cavia geschrokken. Erna was verreweg de engste vrouw ter wereld.

„Yep”, zei Steven, en hij hield een toastje met brie voor haar mond.