Zombies die als tijgers hun prooi bespringen

Brad Pitt ontsnapt uit Zuid-Korea in World War Z

World War Z. Regie: Marc Forster. Met: Brad Pitt. In: 111 bioscopen.

Geen film herrees zo triomfantelijk uit zijn as als onlangs World War Z. De zombieactiefilm van Brad Pitt werd zo’n beetje klinisch dood verklaard na een jaar uitstel om een nieuwe finale te filmen: een massale zombieveldslag in Rusland voldeed niet. Bladen als Vanity Fair schreven hoe door ruzie, geblunder en besluiteloosheid een financieel zwart gat was ontstaan. De film zou uitdraaien op een massagraf van reputaties.

Inmiddels blijkt World War Z een wereldwijde hit die wordt vervolgd, zo heeft studio Paramount al laten weten. Terecht, want dit eerste echte serievehikel voor superster Brad Pitt doet wat een ‘zomerblockbuster’ behoort te doen: verbazen, overdonderen en platwalsen zonder dat het spel van gevecht, achtervolging en explosie al te monotoon wordt.

Uiteraard lijkt de film slechts heel oppervlakkig op het gelijknamige epos van Max Brooks uit 2003, waarin een VN-medewerker tien jaar na dato terugkijkt op een wereldoorlog tegen zombies. De besmettingshaard is in deze film niet China – dat vindt de Chinese censor niet goed – maar Korea. En juist Noord-Korea blijkt heel knap de zombieplaag in te tomen door alle 24 miljoen onderdanen binnen een etmaal het gebit uit te trekken. Dergelijke draconische stappen zijn aan de rest van de wereld helaas niet besteed, waardoor de mensheid al snel het onderspit dreigt te delven.

Het boek World War Z fascineert omdat het heel serieus de gevolgen van zoiets ongerijmds als een zombieplaag doorrekent; de film heeft daarmee hooguit het mondiale perspectief gemeen. Pitt vliegt, nadat zijn gezin in veiligheid is gebracht op een vliegdekschip, als held tegen wil en dank Gerry Lane van hectische slachtpartij via vliegramp naar nipte ontsnapping. De film leeft zich daarbij graag uit in helikoptershots van brandende wereldsteden en chaotische veldslagen: overzichtelijk is dat niet, spannend wel.

Dat ligt ook aan de zombies, sterk geëvolueerd sinds de trage herkauwers waarmee Night of the Living Dead ons in 1968 nog bang maakte. Door ze tot hondsdolle slachtoffers van een virus te maken, gaf regisseur Danny Boyle ze in 28 Days Later (2002) meer dynamiek, maar de zombies van World War Z ogen pas echt als een serieuze bedreiging voor de mensheid. Meer gericht op besmetten dan eten, spoelen deze zombies als een tsunami door de straten en bespringen hun prooi als tijgers.

Maar als film slaagt World War Z juist in de finale waarover zoveel te doen was. Tot dan een desperate vlucht langs overtreffende trappen, koppelt World War Z daar naar een lagere versnelling: in een medisch lab in Wales krijgen wij de zombies voor het eerst in close-up en mag Pitt tussen glas en bunsenbranders op zoek naar hun zwakke plek. De epiloog – op naar deel twee – toont wat fragmenten van de ‘oude’ finale: een soort middeleeuwse belegering met zombies die (on)levende piramides vormen tegen flats en Russische commando’s die daar napalm overheen gieten. Dat was inderdaad een overtreffende trap te veel geweest.

Regisseur Marc Forster, ooit maker van kleine, elegante films als Monster’s Ball en Finding Neverland, bewijst zich na de slappe Bondfilm Quantum of Solace hier als actieregisseur, al moest de film dus wel in revisie. Als adrenalinerush voldoet zijn zombiespektakel veel beter dan Iron Man 3, Star Trek of Man of Steel: World War Z biedt de beste achtbaanrit van deze zomer tot dusver.