Ze pasten niet in de kantoortuin

Wekelijks doet Japke-d. Bouma verslag van haar ontmoetingen met allerlei typen collega’s Deze week: de Collega’s die het niet Gered Hebben Ineens zijn ze vogelvrij. Besmet. En worden ze ontslagen

Illustratie Gijs Kast

Als ze aan komen lopen, verandert het gespreksonderwerp, en als ze zitten moet iedereen ineens weg. En als ze dan eindelijk ook zélf weten dat ze ontslagen worden, begint het faken. ‘Wat jammer dat je weggaat. Wat onterecht ook.’

‘Misschien wordt het nog teruggedraaid.’

Dit zijn de Collega’s die het niet Gered Hebben.

Die de zak kregen. Die moeten vertrekken uit de kantoortuin. Die met huilbuien weggaan, of lachend. Met opgeheven hoofd, of met stalen gezichten. Die slaan met deuren, of pijnlijke stiltes.

Zonder afscheidsreceptie.

Er was iets met ze. Ze lagen al nooit zo lekker. Sitting ducks, te middelmatig, te weinig draagvlak. Maar wat ook kan, is dat ze juist te goed waren, of te flamboyant. Dat ze te vaak ruzie maakten, of het beter wisten. Het zijn in ieder geval vaak mensen van wie collega’s zeggen ‘Ik weet niet wat-ie verdient. Maar een schop onder zijn hol, dát verdient ie.’

En zo ging het.

Het luistert nauw in de kantoortuin, en alles wat je er doet, telt op. De klok tikt en je spaart je wisselgeld, maar heb je genoeg, dat is de vraag, als payday komt. Een reorganisatie, een nieuwe baas, een kwaaie aandeelhouder: het kan van alles zijn. Ineens moeten er mensen weg. En wijst iedereen dezelfde kant op.

Ongelooflijk, de consensus daarover.

Dan worden ze een borrelonderwerp. En vragen je collega’s ‘wie zou er wat jou betreft weg kunnen?’ En daarna gaat het in één adem door over de collega’s met wie je seks zou hebben als het moest. ‘Doe eens, jouw topdrie?’

Ineens zijn ze vogelvrij. Besmet. Ze verliezen het contact, de grip, en de jungle vreet hen op. Het oneerlijke: hoe willekeurig het soms is, hun lot. Want al die andere incompetente klootzakken die onzichtbaar zijn, die geen reet uitvreten, die geen leiding kunnen geven of zich naar de uitgang slepen, die mogen wel gewoon blijven zitten. Maar zij?

Misschien waren ze niet aardig. Of kon men goedkoop van ze af. Misschien waren ze wisselgeld bij een onderhandeling, zaten ze te lang in die burn-out, of zijn ze gewoon genaaid. Of waren ze een bedreiging.

Je vergeet hun naam, uiteindelijk. Eerst hun achternaam, dan hun voornaam. Af en toe zie je nog een LinkedIn-update. Met projecten waarvan je meteen ziet dat ze lang niet zo leuk zijn als de dingen die ze vroeger deden.

Die wrokkige, opgewekte toon ook.

Maar er is ook de categorie die het nu ineens veel leuker heeft. Die opbloeien na hun oprotpremie. Die gaan succesvolle boeken schrijven of tv-programma’s maken. Of ze zijn ineens getrouwd en geven salsales op Nieuw-Caledonië. Heel irritant. Want dan ga je weer twijfelen over je eigen carrière.

Want wat ze ook zijn, en wat ze ook doen, ze zijn altijd de meetlat. De maatstaf in de kantoortuin. De wekkers. Ze laten zien hoe de kantoortuin het wil hebben, zo, en niet anders.

Ze pasten niet.

En ze tonen genadeloos of jij dat wel doet.