Wie hard sprint blijft de WW voorlopig voor

Er zijn er ook in de Tour de France die fietsen alsof de Sociale Dienst hen op de hielen zit.

Bij henzelf, maar meer nog bij Robin Mol, Maarten Mimpen, Miek Vyncke, Nico Valk, Jean Pierre van Dongen of Bob de Cnodder. En nog een heel stel dat niet meesprint met Danny van Poppel en niet met een gangetje van een kilometer of tachtig van een berg afdaalt, zoals Johnny Hoogerland. Maar ze eten wel van het wielrennen. Omdat ze buschauffeur zijn, mecanicien, arts, fysiotherapeut, boekhouder, manager, assistent-ploegleider, verzorger. Of nog iets anders. In betaalde dienstbaarheid.

De wielrenners meegerekend zijn ze met een mannetje (en een enkele vrouw) of negentig. Sector MKB, sectie middelgroot. Vacansoleil-DCM heet hun firma. Nog wel. Aan het einde van dit jaar valt DCM, Belgisch bedrijf in plantenvoeding, als subsponsor af. Ook de hoofdsponsor sinds 2009, Vacansoleil, Nederlandse reisorganisatie voor campingvakanties, zoekt de wilgen op. Want sponsoring is meestal geen altruïsme. Ze dient een bedrijfsmatig doel. Vacansoleil meent dat dit objectief, meer naamsbekendheid dankzij aandacht van de media, is gehaald.

Een nieuwe geldschieter heeft de wielerploeg nog niet gevonden. Manager Daan Luijkx is de wereld over gereisd en is in gesprek met enkele bedrijven. Zekerheid heeft hij niet. Als het hem op het einde van de Tour nog niet is gelukt een geldverschaffer te strikken, dan is er straks nog wel finishdoek voor zijn ploeg, maar klinkt er geen startschot meer. Luijkx’ renners zullen deze Ronde van Frankrijk dus goed om zich heen kijken. Misschien een handdienst hier, een spandienst daar verrichten voor wie een toekomstige werkgever kan zijn.

Dat Johnny Hoogerland van Vacansoleil-DCM onlangs kampioen van Nederland werd, was welkome reclame. Het helpt wellicht om potentiële sponsors over de meet te trekken. Misschien dachten die andere Nederlandse wielrenners daar rond Kerkrade wel: zo gek nog niet dat er eentje van Vacansoleil die titel verovert. Nog wel de collega, die tragi-held, die in een vorige Tour in dat prikkeldraad hing. Goed voor de werkgelegenheid.

Dat Vacansoleil in deze Tour een bijzondere delegatie heeft, met Van Poppel, Van Poppel & Van Poppel, helpt ook een handje bij het verkrijgen van broodnodige publicitaire aandacht. Boy en Danny op de fiets, vader Jean-Paul in een ploegleiderswagen. Danny sloeg al mijlpalen voordat zijn trappers op Corsica de eerste omwenteling hadden gemaakt. Toen de Tour daar van start ging, was hij 19 jaar en 338 dagen oud. De jongste Nederlandse deelnemer in de geschiedenis van de Ronde en, alle nationaliteiten meegerekend, de jongste naoorlogse Tourrenner. Hij werd in de eerste etappe nog derde ook. Het zijn de successen die de beste publiciteit genereren. Wie hard sprint, blijft de WW voor.

Bij alle glamour, heroïek, afzien, bloed, zweet, tranen, hysterie en glorie is wielrennen ook dit: geld verdienen om gezinnen te onderhouden. De Van Poppels, Wout Poels of Lieuwe Westra zullen het parkoers naar een nieuwe werkgever vast wel vinden. Maar wat is de toekomst voor al die anonieme mecaniciens, verzorgers en andere helpers die ook hun dagelijks brood verdienen in de wielersport? Ze moeten de bezemwagen zien voor te blijven, maar hebben niet eens een rugnummer om in te leveren. Ze vallen uit, en niemand die het merkt als ze op- of afstappen.