Vlo met hoefijzers

Tijdens de zomermaanden gaat de Achterpagina op zoek naar merkwaardige, verrassende of angstaanjagende musea en exposities over de hele wereld. In deze aflevering microkunst in de vesting van Sint-Petersburg.

Een honderddertig jaar oud Russisch literair verzinsel is werkelijkheid geworden. Het is een Siberische smid gelukt om hoefijzertjes te smeden onder de pootjes van een vlo. Het beslagen insect is op dit moment door een microscoop te zien op een tentoonstelling in Ruslands culturele hoofdstad Sint-Petersburg.

In 1881 schreef Nikolaj Leskov (1831-1895) het satirische verhaal ‘De Linkshandige’, over hoe een Russische schele, linkshandige smid uit Toela hoefijzertjes smeedt onder de pootjes van een stalen vlo die eerder door Engelse ambachtslieden was geconstrueerd.

In de stalen vlo, die enkel met een met spuug bevochtigde vinger op te pakken is, zit een opwindmechaniekje. Wie zeven keer draait aan een nog kleiner sleuteltje, kan de vlo laten dansen. Tsaar Alexander I, die dol is op Europese uitvindingen, betaalt zich blauw om de vlo in zijn bezit te krijgen.

Vervolgens wordt het minuscule snuisterijtje inzet van de Russische nationale trots. Onder tsaar Nicolaas I overtreffen de Russen de Engelsen, als de linkshandige smid uit Toela met voor het oog onzichtbare spijkertjes hoefijzertjes aan de vlooienpootjes smeedt.

Het enige nadeel – door het gewicht van de hoefijzers kan de vlo niet meer dansen. Moraal van het verhaal: Russische smeden zijn bekwaam, maar de staat heeft ze helaas nooit leren rekenen.

Die ironische noot weerhield Anatoly Konenko (59), woonachtig in Omsk, er niet van om het huzarenstukje in werkelijkheid uit te voeren. De kunstenaar maakt al decennia microminiaturen. In 1996 drukte hij het verhaal ‘De Kameleon’ van Tsjechov af in een boekje van 9 bij 9 millimeter klein. Een lezer heeft er weinig aan, maar hij haalde er wel het Guinness Book of Records mee.

Op Konenko’s overzichtstentoonstelling in Sint-Petersburg liggen onder microscopen verder onder meer een naald waar een kamelenkaravaan doorheen trekt (hoogte: een kwart millimeter), een gouden kalasjnikov van 8,5 millimeter lang (die niet schiet), en een balalaika die op een maanzaadkorrel past. De snaren zijn gemaakt van de haartjes die groeiden op een vlindervleugel.

De hoefijzertjes smeedde Konenko niet onder een stalen, maar onder een echte, dode vlo. Ze zijn van puur goud. In plaats van een sleuteltje smeedde hij er een schaartje bij, en voor het blote oog werkelijk vrijwel onzichtbare spijkertjes.

Maar wie in Sint-Petersburg door de microscoop – of zoals Leskov in zijn taal vol grappige verbasterde leenwoorden zou zeggen: spiekoscoop – kijkt, doet een gruwelijke ontdekking. De vlo mist twee hoefijzertjes – en ook twee voorpootjes!

Een vrouwelijke suppoost op leeftijd vertelt dat het ongelukje onlangs is gebeurd. Elke dag om twaalf uur wordt vanaf de Petrus- en Paulusvesting in Sint-Petersburg een kanon afgeschoten. De tentoonstelling met microkunstwerkjes bevindt zich binnen de muren van deze vesting.

„Door de trillingen die het kanon veroorzaakt, zijn twee van de hoefijzertjes losgeschoten. Als u goed kijkt door de microscoop, ziet u ze nog in het hoekje liggen”, zegt de suppoost, die opmerkt dat ook de antieke schilderijen in de Hermitage van de dagelijkse knal te lijden hebben. „Er is onderzocht of het kanon verplaatst kan worden. Maar dat kan niet. Het is nu eenmaal de traditie.” Ook kunstenaar Konenko heeft daar begrip voor.

Een kanon dat ceremoniële luchttrillingen veroorzaakt – veel literairder kan het noodlot voor Ruslands kunst, groot of klein, niet zijn.