UvA en VU fuseren de bètavakken

De fusie tussen de bètafaculteiten van de Universiteit van Amsterdam (UvA) en de Vrije Universiteit (VU) gaat door. De colleges van bestuur van de universiteiten hebben daartoe gisteren een „voorgenomen besluit” getroffen. De komende maanden krijgen de medezeggenschapsorganen van werknemers en studenten inspraak. Naar verwachting wordt het besluit dan in december definitief.

Met de samenvoeging van de faculteit Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica van de UvA en de faculteiten Exacte Wetenschappen en Aard- en Levenswetenschappen van de VU ontstaat een bètafaculteit met 9.000 studenten, 3.000 medewerkers en een jaarlijks budget van 250 miljoen euro. In een verklaring laten de Amsterdamse universiteiten weten dat ze daarmee vergelijkbaar zijn met „de beste universiteiten op bètagebied in Europa”.

De colleges van bestuur spreken nog wel van een aantal voorwaarden waaraan voldaan moet worden, voordat de fusie definitief wordt. Zo mag de overheid de komende jaren niet bezuinigen op het geld dat naar de universiteiten gaat.

Voor de huidige studenten zal er weinig veranderen. Zij kunnen het programma dat ze nu volgen, afmaken. Promovendi kunnen hun lopende promotieonderzoek afronden.

Toch bestaat er onder studenten en werknemers onrust over de fusie, die vorig jaar werd aangekondigd. Roos Bol, voorzitter van de studentenraad van de bètafaculteit van de UvA, noemde in deze krant de plannen niet goed doordacht. „De bestuurders hebben te weinig aandacht voor de risico’s en nadelen van een fusie.” In Het Parool spraken dit weekend medewerkers de angst uit dat de fusie van de bètafaculteiten uiteindelijk zal leiden tot „een stiekeme fusie” van de universiteiten als geheel.