Steichen 'schilderde' ook als fotograaf

Fotografie

Edward Steichen – In High Fashion: The Condé Nast Years, 1923-1927. T/m 6 sept in Foam. Catalogus € 39.****

Berooid en vertwijfeld besloot kunstschilder Edward Steichen in 1922 naar zijn vaderland Amerika terug te keren. Hij woonde al ruim twintig jaar in Frankrijk, maar Europa zuchtte nog onder de gevolgen van de Eerste Wereldoorlog en Steichen, toen 43 jaar oud, had behoefte aan een nieuw begin. Niet meer als schilder – hij wist dat hij niet genoeg talent had – maar weer als fotograaf. De nieuwe wereld: dáár was het leven, en het geld. Dáár ging hij het maken.

Hij is daar glansrijk in geslaagd: Edward Steichen (1879-1973) groeide uit tot een sleutelfiguur van de Amerikaanse fotografie in de eerste helft van de vorige eeuw. Uitgeverij Condé Nast nam hem aan als hoofdfotograaf voor mode en portretten voor de tijdschriften Vogue en Vanity Fair. In de jaren dat hij er werkte, van 1923 tot 1937, werd hij rijk en beroemd.

In FOAM is nu de tentoonstelling In High Fashion te zien die de Foundation for the Exhibition of Photography (FEP) en het Zwitserse Musée de l’Elysée uit de archieven van Condé Nast heeft samengesteld. Deze tentoonstelling kwam voort uit het grote retrospectief van Steichens werk dat de FEP in 2007 organiseerde.

„Toen we zijn werk voor Condé Nast gingen onderzoeken bleken daar tweeduizend foto’s te liggen”, vertelt de Zwitserse curator Nathalie Herschdorfer. „Die zijn een eigen tentoonstelling waard, vonden we.”

Een aantal van deze vintage prints is opgenomen in de collecties van het MoMA en het George Eastman House, „maar de meeste zijn nooit meer gezien nadat ze éénmaal in de tijdschriften waren afgedrukt. Ze gingen direct het archief in en komen daar nu voor het eerst uit.”

Greta Garbo, Douglas Fairbanks, Charlie Chaplin, Katharine Hepburn, Cecil B. DeMille, Marlene Dietrich met smachtende blik, Gloria Swanson achter haar zwoele voile – allemaal verschenen ze voor zijn lens. Ook politici gingen voor hem zitten, zoals Winston Churchill en Franklin Delano Roosevelt, en schrijvers als H.G. Wells en de Franse Colette. Steichen was zelf een beroemdheid en het was een eer om te worden ‘Steichenized’, zoals dat heette.

De druk op Steichen om te produceren was groot, het moet een doorlopende parade zijn geweest van beroemdheden en jurken. Op de tentoonstelling is goed te zijn hoezeer hij zich inspande om niet in herhaling te vallen. Hij was voortdurend op zoek naar nieuwe manieren, zowel in de studio als buiten, om zijn onderwerpen af te beelden.

Je ziet zijn achtergrond in de schilderkunst erdoorheen schemeren, bijvoorbeeld in de vlakverdeling van licht en donker. Hij heeft een sterk oog voor compositie en heeft dan ook weinig middelen nodig: zo weelderig als de jurken en de juwelen zijn, zo simpel en doeltreffend is het decor waarin ze worden afgebeeld.

Steichen was ook trots op zijn commerciële werk. Condé Nast bood aan dat hij zijn mode- en portretfoto’s voor de bladen niet hoefde te signeren, omdat hij kunstschilder was. Maar hij stond erop dat juist wel te doen. In de catalogus is een veelzeggend citaat van hem opgenomen: „Ik wilde met het bedrijfsleven werken, als een technicus.”

In 1937 had hij er genoeg van. Hij nam ontslag, ging op reis naar Mexico, werd tijdens de Tweede Wereldoorlog hoofd fotografie van de Amerikaanse marine en na de oorlog hoofd fotografie bij het Museum of Modern Art.

Overigens had hij in 1936 al een tentoonstelling gehad in het MoMA, vertelt Nathalie Herschdorfer. „Steichen was een verwoede amateurkweker van bloemen. In het MoMA heeft hij één week lang zijn zelfgekweekte delphiniums tentoongesteld, waarvoor hij dagelijks verse bloemen haalde van zijn boerderij in Connecticut.”

In High Fashion is onmiskenbaar een publiekslieveling, met zoveel verrukkelijke jurken, schoenen, juwelen en Hollywood-sterren. De glamour van de jaren twintig en dertig oefenen nog altijd een onweerstaanbare aantrekkingskracht op ons uit.

Maar de beelden bieden ook een blik op de artisticiteit en de onuitputtelijke creativiteit van hun schepper, Edward Steichen.