‘Stadsboom redt jaarlijks een leven’

◯ Waar ◯ Grotendeels waar ◯ Half waar ◯ Grotendeels  onwaar ◯ Onwaar

Aldus de website van dagblad Trouw vorige week.

De aanleiding

Groen worden steeds vaker positieve gezondheidseffecten toegedicht. Psychologisch onderzoek toonde al aan dat proefpersonen beter van stress herstellen als ze natuurbeelden zien. Ook zijn er aanwijzingen dat een regelmatige boswandeling preventief werkt tegen angsten en depressies. En er wordt regelmatig gewezen op het vermogen van vegetatie om schadelijk fijnstof in de lucht, afkomstig van auto’s en vrachtwagens, af te vangen. Fijnstof wordt in verband gebracht met hartziekten en longaandoeningen. Op de website van dagblad Trouw stond hierover vorige week een verregaande bewering. ‘Boom in de stad redt jaarlijks een leven’, was afgelopen donderdag de kop boven een bericht. Daarin werd verwezen naar onderzoek van de Amerikaanse overheid dat zou aantonen dat elke stadsboom in de VS gemiddeld jaarlijks een mensenleven redt. In New York zou iedere boom zelfs tot wel acht levens per jaar redden.

En, klopt het?

Het Trouw-artikel is gebaseerd op recent onderzoek van de Amerikaanse wetenschapper David Nowak en enkele collega’s. Nowak publiceert al tientallen jaren over concentraties fijnstof in de lucht. Hij staat in de wetenschappelijke wereld bekend als een gedegen onderzoeker. In tegenstelling tot wat Trouw beweert, concludeert Nowak in zijn artikel, gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Environmental Pollution, niet dat iedere stadsboom in de VS jaarlijks een mensenleven redt. Volgens zijn studie zorgt de aanwezigheid van bomen in een stad ervoor dat er jaarlijks één tot acht stedelingen minder overlijden door fijnstof. Het gaat daarbij dus om het effect van alle bomen bij elkaar. Omdat er in New York vrij veel bomen staan, komt de sterftereductie daar in de buurt van de acht stedelingen per jaar. Met andere woorden, als je alle bomen in New York zou omhakken, neemt de sterfte door fijnstof met acht doden per jaar toe, doordat er minder van het fijne stof uit de lucht wordt afgevangen. In het Trouw-artikel worden de onderzoeksresultaten dus nogal radicaal verkeerd vertaald.

Maar ook over het artikel van Nowak bestaan twijfels. Klimaat- en luchtonderzoeker Robert Koelemeijer van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) wijst erop dat Nowak zijn onderzoeksresultaten op het oog niet heeft gecorrigeerd voor het feit dat als ergens geen bomen staan er vaak wel andere objecten zijn waar fijnstof op neerslaat. Die objecten, bijvoorbeeld gebouwen, zorgen ook voor enige afvang van fijnstof uit de lucht. „In dat geval kan het effect van bomen in de berekeningen van Nowak wat overschat zijn”, stelt Koelemeijer. Nowak concludeert dat bomen zorgen voor een afname van de concentratie fijnstof in de lucht van maximaal 0,03 microgram per kubieke meter. „Als je dit zeer beperkte effect zou proberen te meten, zou het niet lukken om het statistisch significant waar te nemen”, zegt Koelemeijer.

Deze conclusie komt overeen met Nederlands onderzoek naar het vermogen van bomen om de concentratie fijnstof in de lucht te verminderen. Zowel het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) als het PBL concludeerden eerder dat op bomen weliswaar heel wat fijnstof neerslaat, dat er vervolgens tijdens regen deels afspoelt, maar dat deze afvang maar een beperkt effect heeft op de concentraties fijnstof in de lucht. De afname daarvan door vegetatie zou nooit groter zijn dan tienden van procenten. Zo kan een grote boom in een stadspark jaarlijks wel anderhalve kilo fijnstof afvangen. „Maar wat er jaarlijks doorheen waait, is nog zoveel meer dan wat er achterblijft”, zegt fijnstofdeskundige Joost Wesseling van het RIVM.

Zo was de blootstelling van Nederlanders aan fijnstof in 2011 gemiddeld 25,6 microgram per kubieke meter buitenlucht. Ten opzichte van midden jaren negentig is dat vooral door ‘bronmaatregelen’, zoals schonere motoren, al wel met bijna de helft teruggebracht.

Het is wel zo dat een beperkte afname van fijnstof in de lucht al tot positieve gezondheidseffecten kan leiden. Vandaar ook de enkele mensenlevens die volgens Nowak jaarlijks worden gered door de beperkte afname van fijnstof die hij berekende.

De schadelijkheid van fijnstof blijkt wel uit een berekening die RIVM-onderzoekers in 2005 maakten. Destijds schatten zij dat jaarlijks 18.000 Nederlanders vroegtijdig overleden aan de gevolgen van inademen van fijnstof.

Conclusie

Volgens een artikel op de website van dagblad Trouw redt elke stadsboom jaarlijks een mensenleven door schadelijke fijnstof uit de lucht af te vangen. In het artikel blijken de resultaten van recent Amerikaans onderzoek verkeerd te zijn vertaald. Amerikaanse wetenschappers concludeerden onlangs namelijk dat alle bomen in een stad samen jaarlijks zorgen voor één tot acht doden minder in die stad als gevolg van het inademen van fijnstof. Dat is dus heel wat anders dan dat iedere stadsboom jaarlijks een of meerdere levens zou redden. We beoordelen de bewering daarom als onwaar.

next.checkt verder nog: ‘Minstens 10 tot 15 procent van Nederlandse artsen heeft een verslaving’, aldus een bericht op Nu.nl.