Slaapverwekkende slavenopstand

Tula. The revolt. Regie: Jeroen Leinders. Met: Obi Abili, Paul Bazely, Danny Glover, Jeroen Willems, Derek de Lint. In: 12 bioscopen.**

In 1795 brak op het onder bestuur van Nederlanders staande eiland Curaçao een opstand uit onder slaven, onder leiding van een zekere Tula. Die opstand is met de wapenen onderdrukt. Een ideaal onderwerp, zou je zeggen, voor een historische speelfilm bij de 150ste verjaardag van de afschaffing van de slavernij in ons Koninkrijk.

De grotendeels op Curaçao gedraaide speelfilm Tula is echter in de ongetwijfeld goede bedoelingen blijven steken. Het is een bloedeloos, plichtmatig product, met nobele slaven en verdorven Nederlandse slavenhouders en bestuurders, waarvan je al na vijf minuten de afloop kunt uittekenen.

Er wordt redelijk geacteerd en goed camerawerk geleverd, en toch is de film volkomen oninteressant. Dat komt vooral door het ontbreken van elke authenticiteit. Dat Jeroen Willems, Jeroen Krabbé en Derek de Lint vloeiend Engels spreken is nog tot daaraan toe, maar dat je helemaal niets gewaar wordt over de denkwereld van deze Nederlanders is fnuikend. Over Tula en zijn aanhangers kom je trouwens ook niets te weten. Geen enkel personage is meer dan een gekostumeerd radertje in de geschiedenis.

De opstand in 1795 is deels neergeslagen door zwarte niet-slaven op Curaçao – de koloniale heersers wisten lokale machtsverhoudingen goed te bespelen. Maar zwarten tegen zwarten: voor een schematisch heldenepos ging dit natuurlijk veel te ver. In plaats daarvan zien we in keurige, identieke uniformen gehulde blanke militairen in de weer, die de indruk wekken zo uit het 18de-eeuwse Pruisen te zijn ingevlogen. Als openluchtspel zou dit misschien nog nét kunnen, als speelfilm is het bepaald slaapverwekkend.