Recepties sober, inhuldiging toch in het rood

Sober, moest het inhuldigingsfeest op 30 april worden. Officieel werd het dat ook. Maar de grootste kostenpost vormde de beveiliging en juist daarover staat weinig op papier.

In de eregalerij van het Rijksmuseum werd op 29 april een afscheidsdiner gegeven ter ere van koningin Beatrix. De kosten vielen volgens de RVD erg mee, omdat het museum geen vergoeding vroeg voor het gebruik van de ruimte. Foto AFP

Straks dragen zo’n negentienduizend Nederlanders hem met trots op de borst: de zilveren inhuldigingsmedaille van 30 april 2013. Op de voorkant het hoofd van koning Willem-Alexander, naar links kijkend. Op de achterkant staat zijn monogram: W en A.

De medailles bezorgden de financiële planners van het Rijk hoofdpijn. Ze hadden 500.000 euro begroot. Maar de daadwerkelijke kosten zijn inmiddels twee keer zo hoog. Er bleken veel meer ambulancebroeders, politiemannen en erewachters in Amsterdam op 30 april actief te zijn geweest dan was voorzien. En de zilverprijs was hoog. Kosten per medaille: 52 euro.

De aankondiging van de abdicatie van koningin Beatrix op 28 januari van dit jaar, overrompelde niet alleen de bevolking, maar ook de ministeries en de gemeente Amsterdam. Natuurlijk lagen de nodige draaiboeken klaar. Maar nu zou het echt gebeuren. Koortsachtig werden begrotingen opgesteld. Hoeveel moest worden uitgetrokken voor het personeel op de marineschepen langs het IJ? Wat kostten de speciale uitgave van de Grondwet en het Statuut? Het diner in het Rijksmuseum? De begrotingen moesten er binnen een paar weken zijn.

Premier Rutte waarschuwde dat het in crisistijd allemaal sober moest. „Het wordt feestelijk, maar met een scherp oog voor de kosten”, zei hij tijdens een persbijeenkomst in Den Haag. Maar hoe sober was de troonswisseling eigenlijk? En hoe goed deden de financiële planners hun werk, los van die medailles en los van de handgemaakte Acte van Abdicatie, die voor zo’n 55.000 euro de boeken in ging?

Op het eerste gezicht ziet het plaatje er mooi uit, blijkt na vragen van deze krant aan de Rijksvoorlichtingsdienst in het kader van de Wet openbaarheid van bestuur (WOB). Het Rijk begrootte 5,1 miljoen euro, de Verenigde Vergadering der Staten-Generaal 2 miljoen, en de gemeente Amsterdam 6,7 miljoen. Nu ongeveer 95 procent van de uitgaven bekend is, is dit de voorlopige eindbalans: het Rijk gaf zes ton meer uit dan die 5,1 miljoen, de Staten-Generaal 5 ton minder. En Amsterdam zelfs 1,9 miljoen minder, met dank aan de onverwacht grote steun van de Postcode Loterij, Delta Lloyd, de Hema en andere sponsors.

Netto ‘winst’ van de hele operatie: 1,7 miljoen.

En dan, op gedetailleerder niveau, de uitgaven voor de activiteiten van het Koninklijk Huis. De financiële gegevens ademen een grote soberheid. Het diner in het Rijksmuseum voor buitenlandse gasten? Bijna 76.000 euro lager dan begroot. Het aperitief met vertegenwoordigers van andere vorstenhuizen in het paleis op de Dam? Dat ging voor bijna 5.000 euro minder de boeken in. En het diner en het feest in het muziektheater aan het IJ kostten 39.463 euro minder dan voorzien. Sommige genodigden spraken overigens achteraf teleurgesteld over „hapjes met muziekbandje”.

Tot zover de rekening in de geest van Rutte: met een scherp oog voor de kosten.

Maar er is één kostenpost waarover niets concreets bekend is – behalve dat hij waarschijnlijk immens hoog is: de beveiliging. Die keert nergens in de boeken terug.

„Ga er maar van uit dat het beveiligingsnet in de dagen voor de abdicatie en op de dag zelf maximaal uitgestrekt was” , zegt Gerrit van de Kamp, voorzitter van politiebond ACP.

Naast de niet zichtbare beveiliging door de veiligheidsdiensten waren er ruim 7.300 agenten extra actief in het kader van de troonswisseling, zo blijkt uit een optelsom van de Amsterdamse politie. Wat deze inzet kostte, en waar dat bedrag wordt verantwoord, wordt niet duidelijk

Het ministerie van Veiligheid en Justitie noch de gemeente Amsterdam geeft uitsluitsel. In het financiële overzicht van de Rijksvoorlichtingsdienst van gerealiseerde kosten is de kolom van Justitie helemaal leeg. De woordvoerders van de gemeente Amsterdam en van de hoofdstedelijke politie, zeggen dat Justitie als verantwoordelijke voor de nationale politie de kosten van de extra politieagenten moet betalen. Premier Rutte wekte op de persconferentie eind maart nog een heel andere indruk. Daar zei hij over de kosten van de politie-inzet: „Er is geen reden om daar geheimzinnig over te doen. En daarom heeft de burgemeester [Van der Laan, red.} die kosten wel meegenomen in zijn rekensommen”.

Gerrit van de Kamp van de ACP waagt zich niet aan een kostenschatting. Maar de „enkele miljoenen euro’s” die experts, die anoniem willen blijven, noemen, verbazen hem niet. „Ga maar na: minstens enkele honderden agenten hebben alleen al de twee, drie dagen voor 30 april telkens twaalfuursdiensten gedraaid.” Als gemiddeld uurtarief noemt hij „75 euro, inclusief kosten materiaal”.

Overigens wil Van de Kamp ook gezegd hebben dat het op 30 april „om een mooie dag ging, die de opkikker gaf die mensen in deze tijden van crisis nodig hebben. Voor veel politiemensen was het de kans van hun leven om erbij te zijn.”

Op nrc.nl een cijfermatig overzicht van de kosten, verstrekt door de RVD.