Politieke crisis in Portugal

Het voortbestaan van centrum-rechtse coalitie in Portugal is in gevaar na het vertrek van een tweede gezichtsbepalende minister in twee dagen. De rente op Portugese tienjaarsobligaties is binnen twee dagen gestegen van 6,3 procent naar meer dan 7,5 procent vanochtend. Beleggers vrezen nieuwe instabiliteit in de eurozone.

Maandag maakte de impopulaire minister van Financiën Vítor Gaspar bekend af te treden, wegens gebrek aan „publieke steun”. Gistermiddag volgde onverwachts minister van Buitenlandse Zaken Paulo Portas, vicepremier en voorman van de kleinste regeringspartij CDS-PP. Hij is ontevreden over de nieuwe minister van Financiën, oud-staatssecretaris Maria Luís Albuquerque.

Premier Pedro Passos Coelho zei in een tv-rede dat hij het ontslag van Portas niet aanvaardt. Passos moet het pakket bezuinigingen en hervormingen uitvoeren dat de ‘trojka’ van IMF, ECB en Europese Commissie het land hebben opgelegd in ruil voor 78 miljard euro aan noodleningen. Volgend jaar wil Portugal op eigen benen staan.

De nu vertrokken Gaspar kreeg lof toegezwaaid uit Brussel en Frankfurt voor het relatief strikt naleven van de afspraken met de trojka. In eigen land groeide echter het verzet tegen de negatieve gevolgen van de bezuinigingen op de economie.