Pannenkoeken

Het was precies 150 jaar geleden dat de slavernij in Suriname en op de Nederlandse Antillen werd afgeschaft en dus serveerden Bekende Nederlanders voorafgaand aan de officiële herdenking een ontbijtje op het Leidseplein. Tussen het klutsen van de eitjes en het smeren van de broodjes door betuigden ze spijt voor ons collectieve verleden. De een wat nadrukkelijker dan de ander. Karin Bloemen had het meeste spijt, het liefst zou ze de rest van haar leven pannenkoeken bakken als boetedoening, maar ze moest ’s middags ook nog naar het Oosterpark om Blaka Rosoe te zingen, ‘een lied met een grote emotionele waarde voor de mensen’.

Niemand kan zo nadrukkelijk pannenkoeken tegen de slavernij bakken als Karin Bloemen. Zodra er een camera in de buurt was ging dat hele lijf heel erg in de weer met beslag en gloeiendhete pannen. Ik vond het verleidelijk om er een hele column over te schrijven, maar toen had ik Jörgen Raymann nog niet gezien.

Slavernij was een onderwerp dat de cabaretier zeer aan het hart ging, het was ook een beetje zijn dag, of beter: het was zijn dag. Hij zong een liedje in het Oosterpark en mocht samen met Rob Trip voor duiding zorgen in een speciale slavernij-uitzending van de publieke omroep. Raymann droeg een T-shirt met een afbeelding van Nelson Mandela onder zijn colbert. De moeder van zijn overgrootmoeder nog slaaf was geweest.

„Zo dichtbij is het.”

Even daarvoor zag ik hem ook al bij EenVandaag waar hij over een tentoonstelling over slavernij liep die hij samen met zijn dochter had samengesteld.

Al babbelend gaf hij twee voorbeelden van ‘alledaags racisme’.

Hij herinnerde zich een schnabbel waarbij na hem een sinterklaas en wat zwarte pieten de zaal binnen kwamen. De directeur van een groot bouwbedrijf had toen tegen hem gezegd: „Daar komt je familie aan.”

Ook rascistisch was Johan Derksen die in Voetbal International had gezegd dat er bij PSV tweespalt was tussen de blanke en de donkere spelers omdat ‘de donkere jongens’ pas een minuut voor aanvang van de training het veld opkwamen.

Het enige wat Jorgen Raymann kan is grapjes maken over etniciteit, dat heet dan zelfspot. Het is vergeefs zoeken naar enige diepgang of een goede grap. Je zou kunnen zeggen dat Raymann een aap is die maar een kunstje beheerst, maar dat mag niet want dan is het racisme. Vindt Jorgen Raymann, en hij kan het weten want de moeder van zijn overgrootmoeder was slaaf.