Over Morsi valt niet veel goeds te melden

Vandaag loopt het ultimatum af dat de Egyptische legerleiding president Morsi heeft gesteld Hij moet reageren op de massaprotesten Iedere Egyptenaar kan dagelijks zien hoe hij heeft gefaald

Redacteur Midden-Oosten

Een van de weinige duurzame verworvenheden van de Arabische revoluties is het verdwijnen van de drempelangst die burgers weerhield de straat op te gaan tegen hun heersers. Democratieën zijn het nog niet – want daarvoor zijn ook een onafhankelijke rechter en een onafhankelijke pers onontbeerlijk, en die ontbreken nog grotendeels in de landen waar de opstanden tot de val van de leiders leidden.

De Egyptische president Mohammed Morsi zou waarschijnlijk die drempel wel weer terug willen, of in elk geval een beetje hoger wensen, nu miljoenen mensen de straat op gaan om zijn aftreden te eisen.

Maar hoe kon het zo ver komen dat zo snel na de revolutie van februari 2011 Egyptische betogers juichen voor een nauwelijks verkapt dreigement van de legerleiding met een coup tegen Morsi?

Morsi heeft formeel gelijk als hij wijst op de legitimiteit van zijn presidentschap: hij is een jaar geleden democratisch gekozen, al was zijn overwinning op Ahmed Shafiq, nota bene vertegenwoordiger van het oude Egypte, slechts nipt. Maar vrije verkiezingen zijn niet genoeg voor een legitiem bewind en een meerderheid van de uitgebrachte stemmen wil niet zeggen dat een meerderheid van de Egyptenaren de president steunt. Nu zeker niet meer.

Bijrol in de revolutie

Morsi’s problemen begonnen al lang voor zijn verkiezing: met het feit dat zijn Moslimbroederschap niet meer dan een bijrol speelde in de revolutie. De eerste dagen waren de bedaagde, middelbare mannen van de Broederschap slechts toeschouwer. Zij houden traditioneel niet van onrust; pas toen de opstand doorzette, deden zij schoorvoetend mee. De oude Moslimbroederschap en het regime van president Mubarak waren in feite de twee kanten van een en dezelfde medaille: een monolitische staat tegenover een monolitische interpretatie van de islam. Niet een ideologie om een vrolijke, jonge, alle kanten opschietende democratische revolutie op te enten.

Daarbovenop hebben de Moslimbroederschap – die voor de presidentsverkiezingen de parlementsverkiezingen won – en Morsi voor hun doen verrassend slecht gepresteerd. Onder Mubarak was de Moslimbroederschap, hoewel zij officieel was verboden, toch in staat de bevolking diensten te leveren waar de regering faalde. De broeders en zusters zorgden voor medische hulp in eigen ziekenhuizen en haalden vuil op – daarmee wonnen zij de aanhang die hun later hun verkiezingsoverwinningen bezorgde.

Maar dat vermogen hebben zij nu kennelijk verloren. In zijn verkiezingscampagne beloofde Morsi in zijn eerste honderd dagen als president vijf belangrijke praktische kwesties aan te pakken: de groeiende onveiligheid (de gehate politie was na de revolutie niet meer in volle sterkte op straat verschenen), de verkeersopstoppingen, brandstoftekorten, de broodschaarste en de gebrekkige vuilophaal. Na zijn eerste 365 dagen kan iedere Egyptenaar dagelijks zien hoe hij heeft gefaald.

Analisten binnen en buiten Egypte zijn het wel eens dat zijn doorslaggevende blunder het constitutionele decreet was waarmee hij zich in november feitelijk boven de wet stelde. Zijn wetten, decreten en besluiten konden niet meer worden aangevochten bij de rechter: hij werd een nieuwe dictator volgens zijn tegenstanders.

Nieuwe grondwet

Morsi verbood het Constitutionele hof met zoveel woorden zich uit te spreken over de wettigheid van de grondwetgevende vergadering. Hij kreeg op deze manier de omstreden, fundamentalistisch getinte nieuwe grondwet aangenomen zonder dat oppositiegroepen er enige zeggenschap in hadden gekregen. Dat leidde ook toen tot woedend straatprotest. Morsi trok zijn decreet uiteindelijk grotendeels in, en de betogers keerden naar huis terug, maar het imago van de president was fataal beschadigd. Een week na zijn machtsgreep werd hij door gelovigen een moskee uitgejaagd.

Er is niet veel positiefs te rapporteren over Morsi’s bewind. De Moslimbroederschap gedraagt zich nog steeds als de oppositiebeweging die zij zo lang was, zeggen oud-leden. Haar belangrijkste oogmerk blijft macht verzamelen, niet het land regeren. De economie lijdt zwaar onder de revolutie en de doorgaande onrust: toeristen en investeerders mijden Egypte.

Maar Morsi bereikte geen overeenstemming met het IMF over een miljardenlening, volgens zijn tegenstanders uit angst dat bijbehorende bezuinigingen de Moslimbroederschap aanhang zouden kosten. De staatsmedia zijn bemand met sympathisanten en leden van de Broederschap. De vrijheid van meningsuiting is er niet beter aan toe dan onder Mubarak. Wie de president beledigt, wordt vervolgd, zoals televisiekomiek Bassam Youssef in januari merkte.

Het leger is slechts de laatste – maar wel de machtigste – partij waarmee hij in conflict is geraakt.