Neem alleen advies aan van een stijger

Van de roman Super Sad True Love Story van Gary Shteyngart uit 2011 is één scène me bijgebleven als dé reden dat ik het boek voortijdig heb dichtgeslagen en weggegeven aan een vriend die beter tegen narigheid in fictie kan. Het speelt in een nabije toekomst waarin alle informatie, ook de meest persoonlijke, openbaar is. Iedereen heeft altijd een smartphone-achtige gadget bij zich, een äppärät, dat voortdurend informatie uitwisselt met de andere äppäräten in de omgeving.

In de bewuste scène stapt hoofdpersoon Lenny een café binnen, waar zijn äppärät de aanwezigen direct rangschikt op eigenschappen als aantrekkelijkheid en kredietwaardigheid. Ik geloof niet dat Lenny er goed vanaf kwam. En op zijn werk had hij het ook al niet makkelijk; ook daar wordt iedereen voortdurend in het openbaar gerangschikt naar status en prestaties.

Zou zoiets ooit werkelijkheid worden? Mensen zijn wel dol op ranglijstjes. Als er een app was die ieders status overal in realtime bijhield, zouden veel mensen die onmiddellijk installeren. Al is het maar omdat kennis over andermans status zelf ook weer status geeft.

Maar wat mensen nog belangrijker vinden dan iemands plaats in de pikorde is antwoord op de vraag of iemand een stijger is of een daler. Een winner of een loser. Dat laten onderzoekers uit de VS en Londen zien in een artikel dat vorige week online werd gezet bij Psychological Science.

Ze vertelden hun proefpersonen over ene Lee, die in het tienpersoonsteam op zijn werk qua status op de vierde plaats staat. Aan sommige proefpersonen vertelden ze dat Lee onlangs nog op 2 stond (en dus was gedaald), aan andere dat hij onlangs nog op 6 stond (en dus was gestegen), aan weer andere dat hij al een tijd op 4 stond. Die laatste groep gaf Lee qua status een zesje, mensen die dachten dat hij was gestegen, gaven hem ongeveer een 6,5 en mensen die dachten dat Lee gedaald was, gaven hem een 5+. De proefpersonen namen van een daler ook minder snel advies aan dan van een stijger.

Het is, concluderen de onderzoekers, alsof mensen erop anticiperen dat een stijger wel verder zal stijgen en dat een daler verder zal dalen. Alleen mensen die zélf gedaald waren, dachten: dat hoeft niet zo te zijn. Uit zelfbescherming, denken de onderzoekers. Maar misschien is het wel realisme. Mensen kunnen immers niet blijven stijgen of dalen. Jammer is wel dat je een äppärät-achtige gadget nodig hebt om in realtime te kunnen zien wanneer het stopt.