Maandblad Elsevier: positief en zakelijk

Het nieuwe maandblad dat Elsevier vandaag introduceert, is níet het einde van het weekblad. René van Rijckevorsel, adjunct hoofdredacteur van Elsevier en verantwoordelijk voor het maandblad, heeft het de afgelopen weken al vaak verteld. „Het weekblad gaat niet verdwijnen. Driewerf nee. Daar is geen enkele reden voor.”

Elsevier Juist, dat vandaag voor het eerst verscheen, is ook geen recycling van oude kopij. De onderwerpen komen overeen met de thema’s van het weekblad maar moeten meer worden uitgediept en beter worden gepresenteerd. Dat zouden eerst alleen freelancers gaan doen, maar de vaste redactie is volgens Van Rijckevorsel zo enthousiast dat ook zij verhalen wil schrijven.

Een belangrijk verschil met het weekblad is dat Juist vrij moet blijven van opiniërende stukken. „Als iets een schande is, noemen we dat ook zo in Elsevier”, zegt Van Rijckevorsel. „Het maandblad daarentegen presenteert een zakelijk verhaal; lezers kunnen zelf hun conclusies trekken.”

Elsevier is een sterk merk, zegt Van Rijckevorsel. „Wij willen op zoveel mogelijk fronten aanwezig zijn. Op papier, online, met boeken. Het maandblad is een nieuwe loot aan de stam.” Een traditionele, ouderwetse loot, zou je kunnen zeggen. Waarom investeert Elsevier nog in papier? Het moederconcern Reed Elsevier neemt juist steeds meer afstand van papier en gaat volledig digitaal. „Het is een kwestie van ondernemen. Met papier verdienen wij nog het meeste geld. Maar wij krijgen ook signalen – zonder dat we marktonderzoek hebben gedaan – dat mensen behoefte hebben aan een blad met een brede horizon en een positieve blik.” Elsevier brengt later dit jaar ook nieuwe digitale publicaties op de markt. Het blad verwacht geen grote kannibalisatie, abonnees van het weekblad die overstappen naar Juist.

Het maandblad begint in de zomer. Niet het ideale moment om een uitgave te starten. Van Rijckevorsel: „Als je uitgever je de mogelijkheid geeft een nieuw blad te beginnen, dan pak je die kans.” Elsevier Juist verschijnt dit jaar vier keer en volgend jaar tien keer. Het eerste nummer verschijnt in een oplage van 150.000 en gaat naar alle vaste abonnees van Elsevier. Van Rijckevorsel hoopt dat het maandblad uiteindelijk een oplage van enkele tienduizenden exemplaren haalt.