'Ik wil niet zielig gevonden worden'

Studente Maaike Ouboter treedt op in Giel Beelens tv- talentenshow. Haar liedje ‘Dat ik je mis’, over haar overleden ouders, werd meteen een hit.

In het blauwe schijnsel van de podiumlampen stemt Maaike Ouboter haar gitaar. Soundcheck, een paar uur voor de uitzending. Cameramannen drentelen om haar heen. Ze moet nog even wachten voor ze mag spelen. Flirt wat met het publiek, op dit moment vooral medewerkers van het programma. „Het zou voor jullie leuker zijn als ik iets te vertellen had”, grapt ze in de microfoon. „Een goede mop ofzo.” Er klinkt gegrinnik.

Ze krijgt het teken dat alles klaarstaat. De lichten dimmen. De regisseur leest de tekst voor die op de teleprompter verschijnt. „En dan nu: Maaike Ouboter. Zij schreef een lied over haar overleden ouders. Ga je gang, Maaike.” Ouboter trekt een wenkbrauw op, aarzelt even.

Dan zingt ze. „Je kust me, je sust me / Omhelst me, gerust me...”

Er gebeurt iets in de zaal. De bedrijvigheid staakt voor een moment. „Ik mis je, ik mis je/ Ik grijp je, ik gris je.” Ouboter zingt en zorgt dat ze met haar blik geen hoek van de zaal mist – alsof de camera’s al draaien, alsof de zaal vol zit. Twee crewleden met oortjes in zijn blijven staan. „Kippenvel”, fluistert er één. „Mooi, hè?”, zegt de ander.

‘Dat ik je mis’ is het lied waarmee Ouboter (21) auditie deed voor het tv-programma De beste singer-songwriter van Nederland. Juryleden Giel Beelen en Eric Corton waren in tranen. Ouboter liet zich niet van de wijs brengen en zong onverstoorbaar door. Het filmpje werd op YouTube 4 miljoen keer bekeken en het nummer, de liveopname van die auditie, werd dit weekend platina – en het programma is net begonnen.

Na de soundcheck klinkt applaus. „Dank je”, zegt ze glimlachend in de microfoon. Is ze tevreden? Ja, vertelt ze de regisseur, maar niet over de tekst die hij voorlas. Dat stuk over haar ouders. Dat is niet goed zo. Even later, in de kleedkamer, legt ze uit waarom. „Het lied gaat niet over mijn ouders. Ik heb het geschreven omdat ik ze mis, en dát is waar het over gaat. Het gaat over gemis.”

Mensen koppelen het aan elkaar.

„Ik was veertien toen mijn moeder overleed, en op mijn zestiende stierf mijn vader. Ze waren allebei ziek. Het lied had natuurlijk niet bestaan als ze er wel nog waren geweest – dan had ik een liefdesliedje geschreven, of zoiets. Maar… ik vind het moeilijk om uit te leggen. Kijk, ik schrijf mijn teksten zo dat iedereen er zijn eigen verhaal uit kan halen. Het gaat over een breder gevoel, de details kunnen mensen zelf inkleuren. Daarom wil ik er ook niet veel over vertellen, over wat er is gebeurd. Maar ik kan het natuurlijk niet erg vinden als mensen het liedje en mijn verhaal wel koppelen. Ik had gewoon nooit verwacht dat zó veel mensen het zouden horen. Opeens weet de hele wereld dat je geen ouders meer hebt.”

Hoe is het om zoiets te delen?

„Het nummer is op een bepaalde manier een beetje los van me komen te staan. Het was intiemer toen ik het schreef, dan nu het voor iedereen te beluisteren is. Ik was vooral heel bang voor wat mijn familie ervan zou vinden. Mijn oom en tante, mijn broer, mijn zus. Het is ook hun verhaal. Toen ik het net geschreven had, heb ik het voor mijn oom en tante gespeeld. Die moesten heel hard huilen. Ik ook, toen ik klaar was. Terwijl ik speel heb ik dat niet, nooit, dan word ik het lied. Daarna raken die emoties je pas. Maar ze vonden het prachtig. Mijn broer heeft me aangemoedigd auditie te doen bij De beste singer-songwriter van Nederland, en nu zit ik hier.”

Waarom een nummer schrijven?

„Ik heb altijd muziek gemaakt. Vanaf dat ik vier was. Mijn vader speelde piano, ik had een tamboerijn, en dan zongen wij allemaal mee. Ik heb foto’s van toen we klein waren en we bij mijn vader op schoot zaten terwijl hij speelde. Hij was altijd bezig met instrumenten, bouwde die zelf: een orgeltje, een harp. Op mijn twaalfde gaf hij mij een gitaar. Mijn moeder schreef gedichtjes, die was heel talig. Op een gegeven moment ben ik begonnen met gedichtjes op muziek te zetten. Zo heel simpel, vier akkoorden, I like the flowers, tututu. Dat nam ik op. Ik heb ooit een liedje voor mijn vader geschreven – toen was hij er gewoon nog, hoor. Over dat het oké is om anderen toe te laten, je open te stellen, iets wat ik zelf ook moeilijk vond. Dat vond hij mooi, hij wist dat ik het tegen ons allebei had. Toen merkte ik wat je teweeg kunt brengen met muziek. Ik ben altijd blijven zingen.”

Met de ambitie om muzikant te worden?

„Ik heb nooit gezegd: ik moet muzikant worden. Ik ben Media en Cultuur gaan studeren, heb bewust niet voor een muziekopleiding gekozen. Ik had zo’n heftige tijd gehad, ik kon beter iets met mijn hoofd gaan doen. Muziek maken is emotioneel, je komt dichtbij je gevoel. Ik had niet eerder dan nu moeten beginnen met liedjes schrijven. Dat kon ik gewoon niet. Het was nog te vers. Ik durfde niets op te schrijven van wat ik dacht, ook niet in dagboeken. Als je iets opschrijft is het definitief, terwijl je gedachten weer kunt uitwissen. Ik was bang voor de emoties die ik in me had verstopt. Als je eenmaal begint het eruit te laten, dan komt ook álles eruit. Dat is eng. Je weet van tevoren niet of je dat aankunt.”

Wanneer kwam het omslagpunt?

„Een half jaar geleden, toen ik in Australië studeerde. Het is een cliché: mensen gaan reizen en ‘vinden zichzelf’. Voor mij was het zo. Ik kwam tot rust, werd verliefd, durfde weer muziek te maken. Ik trad op in cafeetjes, gewoon in het Nederlands. Toen kwam ik erachter dat mensen mijn muziek ook mooi vonden als ze mijn verhaal niet kenden. Daar was ik bang voor: dat mensen mij zielig vonden. Hier waren mensen die mij niet kenden én mijn taal niet spraken, en zeiden: ik weet niet waar je over zingt, maar het raakt me. Dat gaf me vertrouwen.”

Hoe ga je om met alle aandacht?

„Het overvalt me, maar het overspoelt me niet. Ik schrijf niet voor mezelf, ik maak muziek óm het anderen te laten horen. Maar nu moet ik de tijd nemen. Niet overhaast beslissingen nemen. Ik sta op het punt waarop velen het net niet gehaald hebben, omdat ze te snel iets uitbrachten waar ze niet achter stonden. Ik heb nooit de intentie gehad hits te schrijven en dat moet ik ook nu niet krijgen: als ik ga schrijven naar het oor van anderen, dan gaat het fout. Dan blijf ik dat meisje van dat ene liedje van dat programma.”

Dus je gaat door?

„Ik kan niet goed nadenken over toekomst of verleden. Ik zou graag mijn bachelor afmaken. Maar onlangs moest ik ergens mijn beroep doorgeven. Wat ben je? Als je me dat een jaar geleden had gevraagd, had ik gezegd: hoe bedoel je, wat ben ik? Nu antwoordde ik, zonder nadenken: ik ben singer-songwriter.”