Eurlings IOC'er dankzij de koning

Camiel Eurlings heeft de steun van koning Willem-Alexander als IOC-lid. Een sportachtergrond heeft hij niet, maar wel veel andere relevante antecedenten.

Achter de schermen heeft koning Willem-Alexander zich sterk gemaakt voor de kandidatuur van Camiel Eurlings (39) als lid van het Internationaal Olympisch Comité, melden bronnen bij het IOC. Met voormalig IOC-lid Hein Verbruggen heeft de koning er bij sportkoepel NOC*NSF op aangedrongen een kandidaat-opvolger voor te dragen die relatief jong is. Als Eurlings IOC-lid wordt, kan hij dat ook lang blijven. IOC-lid ben je tot je 70ste jaar. Bovenal wilde de koning iemand met de capaciteiten om zich op te werken tot het machtige uitvoerend comité van het IOC.

Nu het uitvoerend comité van het IOC gisteren zijn kandidatuur heeft goedgekeurd, wordt Eurlings met dertien anderen voorgedragen tijdens de 125ste IOC-sessie, van 7 tot en met 10 september in Buenos Aires. Hun verkiezing is een formaliteit.

Eurlings, oud-politicus, voormalig minister en sinds maandag president-directeur van KLM, kwam in beeld toen sportkoepel NOC*NSF een headhunter inschakelde om een profielschets voor een Nederlands IOC-lid op te stellen. Willem-Alexander heeft volgens een ingewijde in die procedure een dwingende rol gespeeld. Zo werd de weg geblokkeerd voor NOC*NSF-voorzitter André Bolhuis, die zichzelf naar voren had geschoven. Belangrijkste bezwaar: Bolhuis zou bij een verkiezing bijna 67 zijn en maar drie jaar kunnen functioneren. Zo verging het ook voorgangers van Bolhuis die hun maatschappelijke positie als opstapje naar het IOC zagen. Henk Vonhoff wilde in 1987 de overleden Kees Kerdel opvolgen. Hij werd niet goed genoeg bevonden, het IOC koos voor Anton Geesink. In 1998 kon Wouter Huibregtsen evenmin de goedkeuring van het IOC wegdragen. Buiten hem om werd prins Willem-Alexander voorgedragen. Later probeerden Joop van der Reijden en Erica Terpstra zonder succes IOC-lid te worden. Zij misten de steun van een invloedrijke figuur, een voorrecht dat Eurlings wel heeft. Willem-Alexander maakt ruim baan voor hem door niet per 31 december, maar met onmiddellijke ingang terug te treden als IOC-lid. Verder heeft de koning volgens ingewijden persoonlijk KLM gevraagd medewerking te verlenen aan een IOC-lidmaatschap van de president-directeur. Die kreeg hij; zowel de raad van commissarissen als de ondernemingsraad van KLM heeft met Eurlings’ kandidatuur ingestemd.

Eurlings wordt geschikt geacht als IOC-lid door zijn achtergrond als politicus en minister, zijn politieke en internationale netwerk, zijn diplomatieke capaciteiten, zijn goede relatie met NOC*NSF, zijn talenkennis en zijn leeftijd. Met dat curriculum vitae is Eurlings zeer welkom bij het IOC.

Hij mist alleen een sportachtergrond. Maar dat is geen voorwaarde om één van de 70 permanente IOC-zetels te bezetten. Sinds Jacques Rogge voorzitter is, beoordeelt het IOC een kandidaat voor die functies vooral op zijn of haar statuur, invloed en bestuurlijke kwaliteiten.

Voor (oud-)sporters zijn via de atletencommissie vijftien IOC-zetels gereserveerd. Weliswaar zijn die van tijdelijk aard – evenals de vijftien voor nationale olympische comités en de vijftien voor internationale sportbonden – maar bij gebleken geschiktheid kunnen zij naar een permanente plek worden doorgeschoven. Sergei Bubka, wereldrecordhouder polsstokhoogspringen en kandidaat-opvolger van Rogge, heeft die route afgelegd.

De namen van Pieter van den Hoogenband, Richard Krajicek en Esther Vergeer werden in Nederland vaak genoemd, maar voor het IOC waren zij geen serieuze kandidaten. Zij hadden een grotere kans gemaakt als ze zich hadden gemeld voor de IOC-atletencommissie.

Van den Hoogenband is gevraagd zich voor de verkiezing bij de Spelen in Beijing (2008) te kandideren, maar heeft dat niet gedaan. Dat is geen aanbeveling voor een rol binnen het IOC.