Eerst Twente, dan de rest van de wereld

Dit weekend wordt in het Twentse dorpje Hertme het Afrikafestival gehouden Het wordt gerekend tot de top-25 internationale festivals

Het draait geheel zonder subsidie en viert zijn 25-jarig jubileum

Richard Bona, uit Kameroen. Foto Hertfelder

Ze kijken er in het Twentse Hertme niet van op als er een Senegalees met een versterker op zijn hoofd door het dorpje fietst. Zal wel een muzikant van het Afrikafestival zijn.

In de beginjaren van het Twentse festival sliepen de artiesten in het nabijgelegen huis van programmeur en huisarts Rob Lokin. De fietsen hadden grote aantrekkingskracht op de Afrikanen. Eerder hadden de Hertmenaren al de Malinese superster Habib Koité langs de geparkeerde auto’s zien slingeren.

Nu, na vijfentwintig edities, werkt nog altijd het hele dorp van ongeveer honderd huizen, als vrijwilliger mee aan het festival. Hertme weet op die manier zonder een cent subsidie toonaangevende Afrikaanse muzikanten te programmeren. Orchestre Baobab, Fatoumata Diawara, Tinariwen, Ebo Taylor – ze stonden op het Twentse platteland voordat ze definitief internationaal doorbraken of werden herontdekt.

Dat Afrikaanse muzikanten en hun internationale fans nu ‘Hertme’ kunnen uitspreken, komt eigenlijk door een pastoor uit de jaren 50 die van passiespelen hield. Hij liet voor zijn hobby een openluchttheater bouwen in het katholieke dorpje. Dat raakte na de ontkerkelijking in verval, maar in de jaren 80 willen vrijwilligers het idyllische plekje koste wat kost behouden. Toen één van hen hoorde dat er in Groningen een dansgroep uit Burkina Faso speelde, lukte het om die voor een optreden in het openluchttheater te strikken. Daarmee was de eerste Afrikadag geboren.

Op die dag zit ex-tropenarts Rob Lokin in het publiek. Tot zijn verbazing hoeft hij nu eens niet naar Amsterdam of nog verder te reizen om de Afrikaanse muziek te horen waar hij zo verslingerd aan was geraakt in de tropen van Kameroen. „Het was een mooie, hete dag. Er was zand, stof en zweetlucht. Ik was weer even terug in Afrika.”

In de jaren die volgen werpt Lokin (nu 67) zich op als programmeur, een klus waarvoor hij vanuit het gemeenthuis faxen naar Afrika moet sturen en met zijn vrouw naar Parijs rijdt om bands op te halen. Hij blijkt er gevoel voor te hebben. „Ik wist niets van programmeren, ik volgde mijn eigen smaak. Die is gericht op hedendaagse Afrikaanse muziek, hoewel we ook elk jaar een traditionele band hebben – maar die moet dan wel heel goed zijn.” Vaak stonden populaire Afrikaanse muzikanten eerder in Hertme dan in Amsterdam.

Het huis van de arts is tijdens het zomerweekend een zoete inval. Na het festival is er vaak nog een lange nazit in de tuin, waarbij hij graag opnameapparatuur laat meelopen. Inmiddels is het festival gegroeid en slapen de meeste muzikanten in hotels in de omgeving. Toch probeert Lokin nog altijd zo te programmeren dat een aantal muzikanten kan blijven hangen voor de privé-achtertuinsessies.

Vanaf het begin zet het hele dorp zich in voor het jaarlijkse evenement in het openluchtteater. Lokin: „Hertme is er trots op, ook al houden ze niet per se van de muziek. Als de vrijwilligers een feestje hebben, zetten ze liever een Twentse piratenzender op.” Zelfs de meeste muzikanten van de plaatselijke muziekvereniging St. Gregorius hebben het volgens Lokin niet zo op Afrikaanse muziek. Maar ze zetten zich jaarlijks vol overgave in, van de opbrengsten uit de catering kunnen ze nieuwe instrumenten kopen. Terwijl andere festivals na vele jaren sponsoring tot hun schrik dit jaar opeens zichzelf moeten bedruipen, heeft Hertme genoeg bij elkaar gespaard om op de jubileumeditie uit te pakken met grote namen als albinozanger Salif Keita en Tony Allen, uitvinder van Fela Kuti’s afrobeat.

Er is veel lof voor het festival – het toonaangevende blad Songlines schaart het bij de 25 beste internationale festivals – maar nooit was Hertme uitverkocht. Dat zou bij deze jubileumeditie kunnen veranderen, hoewel Lokin niet precies weet wanneer dat punt bereikt is. „Ik denk bij 4.000 man per dag.”

Eigenlijk hoeft dat niet zo voor Lokin, uitverkopen. Kleinschaligheid is belangrijk voor het festival. „Ik kijk niet echt uit naar die grote namen. De kans is groot dat ze kapsones hebben’’, zegt hij. Salif Keita zal veel bezoekers trekken, maar die eist de bruidssuite in het hotel en wil met limousine vervoerd worden. Dat heeft hij eerder gehad met Femi Kuti, de zoon van Fela. Die was te beroerd om een paar honderd meter naar de kleedkamer te lopen, zodat er bestelbusjes moesten worden opgetrommeld om zijn entourage van dertig man te vervoeren. Dan verheugt hij zich bijvoorbeeld meer op Rajery, een bamboeharpspeler uit Madagaskar. „In 2006 bleef hij een maand in Europa hangen om op ons festival te kunnen spelen.” Misschien dat het dit jaar lukt om nog even met hem in de achtertuin te zitten.

Afrikafestival in Hertme, zaterdag en zondag. Er zijn nog kaarten à € 21 per dag, zie afrikafestivalhertme.nl