De dorpsschool levert jonge bugelspelers

20 duizend koperblazers uit 35 landen strijden van 4 tot 28 juli op het WMC, wereldkampioenschap voor harmonieën en fanfares in Kerkrade.

Leden van de Koninklijke Fanfare St. Caecilia uit Puth, deelnemers aan het harmonie- en fanfareconcours dat morgen begint. Foto Chris Keulen

Het leven van Jeffrey Linde-lauf zat vol muziek. Fanatiek lid van de fanfare St. Caecilia in Puth, een Zuid-Limburgs dorp met tweeduizend inwoners. Beginnend student euphonium (tenortuba) aan het conservatorium Maastricht. In 2010 verdronk hij in bad, als gevolg van een onverwachte epileptische aanval.

Zijn ouders en zijn fanfare verleenden een opdracht aan componist Eduard de Boer. Die schreef Vita aeterna (Eeuwig leven). De uitvoering van dit eerbetoon viel in de smaak, ook buiten het dorp. Het stuk is dit jaar een verplicht werk op het Wereld Muziek Concours (WMC), wereldkampioenschappen voor harmonieën en fanfares (‘hafa’), juist in de klasse waarin St. Caecilia uitkomt.

Veel mensen associëren ‘hafa’ met gezellige muziekgezelschappen die feest- en hoogtijdagen opluisteren. Ook de Puthse fanfare treedt aan bij processies, lintjesregens en gouden bruiloften. Maar er is ook een serieuzere kant. St. Caecilia strijdt straks in de eerste divisie, de op één na hoogste, waar serieuze en complexe werken op de grens van klassieke en lichte muziek worden gespeeld.

Dirigent Chris Derikx staat op de bok tijdens de wekelijkse repetitie. De komende tijd gaat de oefenfrequentie steeds verder omhoog en houden de leden nauwelijks vrije tijd over. Op 14 juli moet de fanfare, eerder al eens wereldkampioen, schitteren. De dirigent is streng. Hij hoort alles en schroomt niet individuele muzikanten aan te spreken. Die ambitie wordt gewaardeerd. Sommige muzikanten worden met het oog op een WMC-deelname juist weer lid. Na de wedstrijd valt de bezetting (nu: 56 mensen) altijd ietsje terug.

Voor jonge leden als de vijftienjarige Kayleigh Janssen (bugel) en de zeventienjarige Loes Westra (sopraansaxofoon) is de spanning rondom het komend concours een compleet nieuwe ervaring. Ze komen uit de jeugdfanfare van St. Caecilia (24 muzikanten). Kayleighs opa en Loes’ vader en broer speelden al bij de volwassenen. De jeugdopleidingen houden harmonieën en fanfares in stand, en zijn kweekvijvers voor professionals. In orkesten wemelt het van de musici met een hafa-achtergrond, tot het Koninklijk Concertgebouworkest aan toe. Ook jazztrompettist Eric Vloeimans begon bij de Heineken Fanfare in Den Bosch.

In 1874 achtte een groep Puthers de tijd rijp voor een dorpsfanfare. Ze wandelden naar Maastricht (25 kilometer verderop) om instrumenten te kopen. In 1897 ontstond een twee-deling. De nieuwe fanfare, die ook St. Caecilia heet, daalde de heuvel af en vond onderdak in buurdorp Schinnen. Op het WMC komen de twee Caecilia’s elkaar straks weer tegen.

„In ons achterhoofd speelt mee dat we het beter willen doen”, zegt Arno Claessens, voorzitter en trompettist van St. Caecilia. „Maar we willen vooral een sjiek concert spelen.”

Lokale rivaliteit tussen muziekgezelschappen kan in Limburg ver gaan. Regisseur Hans Heijnen maakte in 1998 de documentaire Bokken en geiten over de wedijver in Thorn tussen de Koninklijke Harmonie (de bokken) en de Kerkelijke Harmonie St. Michael (de geiten). Eijsden kent ook zo’n tweestrijd: de Koninklijke Oude Harmonie (de blauwen) en de Koninklijke Harmonie Sainte Cécile (de roden) organiseren er zelfs aparte carnavalsoptochten. Net als de fanfares van Puth en Schinnen komen ze elkaar tegen op het WMC.

Maar op andere plekken hebben ook gezelschappen die in het verleden muzikaal en anderszins strijd leverden, moeten fuseren. De bevolking vergrijst en de belangstelling voor hafa loopt terug. Het valt soms niet mee om de rangen te vullen.

Sommige besturen anticipeerden op wat onvermijdelijk komen gaat. In Maastricht ging de Koninklijke Harmonie (anno 1825) bijvoorbeeld samen met de socialistische harmonie Ster Der Toekomst.

De teruglopende animo weerhield de provinciale politiek er niet van om, toen de PVV nog provinciaal meebestuurde, 5 miljoen extra uit te trekken voor hafa. De partij van Wilders vindt deze vorm van cultuur typisch Limburgs. Ook het CDA belijdt liefde voor hafa. Tweede Kamerlid Raymond Knops is voorzitter van de Limburgse Bond van Muziekgezelschappen. Maar er klonk ook kritiek op het grote bedrag voor de sector. „Wij gooien geld in elke toeter die hier langskomt”, zei een provinciaal politicus off the record. En dat in een tijd dat op andere cultuur volop wordt bezuinigd.

De Puthse fanfare stak provinciaal geld in de jeugdopleiding. Het bestuur van St. Caecilia kijkt wel eens wat verder vooruit. Voorzitter Claessens: „We kunnen de fanfare nu nog overeind houden. Maar het is bijvoorbeeld de vraag of de basisschool in het dorp open blijft. Sluiting zou voor ons een ramp zijn, omdat we onder de schoolkinderen werven voor de fanfare. Dat levert een continue jonge aanwas op, ook van kinderen uit families zonder fanfaretraditie. Wat als dat wegvalt?”

Meer informatie: www.wmc.nl