Buiten schuld in de goot

Uitgeprocedeerde asielzoekers die buiten hun schuld niet kunnen terugkeren, zijn op relatief eenvoudige manier tegemoet te komen. Dat is de strekking van een expertadvies dat eergisteren aan staatssecretaris Teeven (Justitie, VVD) werd uitgebracht.

Zijn beleid deed namelijk al waarvoor het is bedoeld: deze hopeloos tussen wal en schip verzeilde asielzoekers alsnog vaste grond bieden, in Nederland. Het was alleen te ingewikkeld, uiterst langdurig en daardoor moeilijk.

Dat kan beter – door bijvoorbeeld een termijn van een jaar af te spreken waarbinnen een ambassade moet reageren op het terugkeerverzoek. Door beter vast te leggen wanneer een weigering door het land van herkomst ‘buiten schuld’ van de asielzoeker aannemelijk is. Zodat iedere ambtenaar en vreemdeling kan weten hoeveel vergeefse bezoeken aan zo’n ambassade gebracht moeten worden voordat er écht van ‘niet kunnen’ gesproken mag worden.

Met dit nuchtere advies kan staatssecretaris Teeven tevreden zijn. De politiek overspannen verwachtingen dat dit advies een keerpunt in het beleid voor uitgeprocedeerde asielzoekers kon zijn, was inderdaad overspannen. Het politieke beeld dat de staatssecretaris onmenselijke criteria zou hanteren en vrijwel nooit dergelijke vergunningen verleent, bleek onjuist. Het probleem zat, zoals vaker, in de uitvoering. Migratiespecialisten in de Kamer en belangenorganisaties omarmden het advies als een stap in de goede richting. Terecht.

Nu is nog de vraag of de belofte van PvdA-fractieleider Samsom aan zijn partij dat het vreemdelingenbeleid humaner zal worden, hiermee politiek is afgedekt. Samsom beloofde bijvoorbeeld dat de ‘buiten schuld’-categorie sneller een vergunning zal krijgen. Als Teeven het advies volgt, is hogere snelheid een logisch gevolg en dus politiek te incasseren.

Of dat genoeg is om het geschil tussen PvdA en VVD over een ‘humaner’ vreemdelingenbeleid op te lossen, staat nog te bezien. Maar het verheldert de kwestie wel. Dit gaat niet alleen over rechten maar ook over de plicht om de eigen problemen niet groter te maken dan nodig. Er zijn behalve uitgeprocedeerden die niet terug dúrven ook die niet terug wíllen. Hun problemen zijn mede van eigen makelij.

Dat kan de niet-willers meer worden aangerekend dan de niet-durvers. Zij taxeren hun land van herkomst als onveiliger dan Nederland. Uiteindelijk zullen de niet-durvers het oordeel van de rechter moeten accepteren en hun moed bijeenrapen. De niet-willers zijn bezig aan een slijtageslag: hun incasseringsvermogen versus de handhavingsdiscipline van de staat. Dat is in zijn consequenties misschien inhumaan. Maar die doen de mensen zichzelf aan. Dat hoeft de overheid niet op te lossen.