Arnon Grunberg

Arnon Grunberg doet verslag vanuit een psychiatrisch ziekenhuis. Vandaag: een mango.

De deuren van onze kamers hebben een raampje. De meeste patiënten hebben het raam afgeplakt, ik heb dat niet gedaan.

Tussen tien en elf ’s uur avonds komt de nachtverpleegster langs voor haar eerste ronde. Ze klopt op de deur. „Is alles goed?” vraagt ze.

„Ja”, antwoord ik.

„Ik kom later nog een keer kijken of alles rustig is”, zegt ze. „Dat je niet schrikt.”

Ik stel me voor dat ze om een uur of half vijf ’s ochtends door het raampje naar binnen tuurt en mij in het ochtendgloren ziet liggen slapen. Deze gedachte doet mij deugd. Er kan altijd naar mij worden gekeken, en dat dwingt mij tot kuisheid.

De nachtzuster lijkt niet te weten dat ik geen echte patiënt ben, maar zelf begin ik ook te twijfelen. Je hospitaliseert snel. Heb ik geen baat bij deze opname?

Een nieuwe dag, een nieuwe dagopening. Twee van ons worden gescreend op drugs. Vrijwel alles mag, maar drugs zijn taboe.

Gabriël heeft een boek bij zich, The Elements of Journalism. Hij laat het me zien. Veel in het boek is onderstreept. Gabriël is een hartelijke jongen van eind twintig met priemende ogen waaraan weinig lijkt te ontsnappen. Hij is de enige hier die geen psychotische stoornis heeft, naar eigen zeggen is hij gediagnosticeerd met een autismespectrumstoornis.

Elke ochtend neemt hij zijn medicijndoosje mee naar beneden, er zit een gigantische hoeveelheid medicijnen in. Gabriël slikt zijn medicijnen met een aan devotie grenzende gretigheid.

Vrijwel nooit zie ik patiënten ontbijten, daarom sla ik het ontbijt ook over, maar vanochtend schilt Gabriël een mango voor me. Je moet altijd iemand zoeken die zich over je ontfermt.

„Ik ben voor euthanasie voor depressieve mensen”, zegt Gabriël terwijl hij mij stukjes mango geeft. „Het leven is veel lijden en nog meer verveling en daar staat maar een klein beetje plezier tegenover, de verhouding deugt niet.”

Dat is mij hier tot nu toe ontglipt: het lijden. Het moet er zijn, maar ik zie het niet.

Dan zegt Gabriël: „Mijn ex-vrouw heeft zitten rotzooien met een andere man, maar ik denk niet dat ze door hem gepenetreerd is.”

Wel gerotzooid, niet gepenetreerd. Het laatste stukje mango verdwijnt in mijn mond.

(Wordt vervolgd)