15 en werkloos

Jongeren vinden steeds moeilijker vakantiewerk En dat is zorgelijk, want scholieren leren veel door een baantje Ze krijgen er verantwoordelijkheidsgevoel door

Een maand geleden begon de zoektocht naar een vakantiebaantje. Ruim op tijd, dacht de 17-jarige scholier Milan Meinema uit Nijmegen. Maar tientallen ingevulde sollicitatieformulieren later is dat nog niet gelukt. „Ik ben in Nijmegen bijna elke winkel binnengegaan. Bij Albert Heijn heb ik zelfs drie keer gesolliciteerd en nooit wat teruggehoord.”

Inmiddels is hij ontmoedigd. „Zodra ik hoor dat ik een formulier moet invullen, weet ik al hoe het gaat. Geen reactie, en over een paar weken is de vakantie zowat al over.” Waar het aan ligt? „Ze willen meer ervaring, denk ik. Nooit gedacht dat je voor een vakantiebaan zoveel moeite moest doen.”

Vorige week begon voor de middelbare scholieren in het zuiden de zomervakantie. Eind deze week volgt het noorden van Nederland, volgende week het midden. Van de anderhalf miljoen schoolgaande jongeren in Nederland zal volgens schatting van jongerenvakbond FNV Jong minimaal 57 procent een vakantiebaan willen, hetzelfde percentage dat vorig jaar ook een vakantiebaantje had.

Maar die baantjes zijn steeds lastiger te vinden, blijkt uit onderzoek van uitzendbureau Start People. „De traditionele vakantiebaan bestaat niet meer”, zegt woordvoerder Jos Frijters van Start People. Er zou sinds 2009 een ‘structureel dalende vraag’ zijn naar vakantiekrachten. Deels omdat ongeschoold werk – zoals enveloppen vouwen – verdwijnt door automatisering en digitalisering.

Maar werkgevers hebben ook steeds minder behoefte aan extra hulp in vakantieperiodes, omdat ze sowieso al veel gebruikmaken van ‘vaste flexwerkers’. De vergrijzing is ook een oorzaak, zegt Frijters. „Oudere werknemers die geen rekening hoeven te houden met schoolvakanties werken gewoon door in de zomer.”

Ook uitzendbureau Randstad merkt dat er minder vakantiebanen beschikbaar zijn, zegt woordvoerder Joost Heeroma. „Dat komt ook door het slechte weer. Veel vakantiewerk is in de horeca, daar zijn nu geen extra mensen nodig.”

Kortom, een vakantiebaantje vinden gaat vrij lastig deze zomer. Is dat erg? Ja, denkt arbeidspsycholoog Mimi ter Haar. Zij begeleidt jongeren in de leeftijd van 15 tot 25 jaar bij hun profiel- en studiekeuze in haar coachingspraktijk KeuzeLab. Ze merkt een duidelijk verschil tussen jongeren mét of zonder baantje. „Ze leren vaardigheden die ze op school niet opdoen. Doelen stellen, in een team werken, verantwoordelijkheid dragen. En dan niet over hun eigen huiswerk, maar echt taken die hun zijn toevertrouwd door hun baas.”

Ontdekkingsfase

Pubers zitten nog in de ‘ontdekkingsfase’, legt Ter Haar uit. „Wie ben ik, wat kan ik en wat wil ik? Een baantje verbreedt hun referentiekader enorm. Alleen al het werken met collega’s zorgt dat ze kennismaken met een veel bredere groep mensen met levenservaring dan alleen de vrienden en klasgenoten.”

En dan nog de kick van zelf je eigen geld verdienen. Ter Haar: „Dat zorgt voor een positief zelfbeeld. Ze merken dat iets lukt, ze krijgen iets voor elkaar en verdienen er als beloning geld mee. Dat geeft enorm veel zelfvertrouwen.”

Officieel mogen pubers vanaf 13 jaar een baantje hebben, al is er tot hun 15de nog geen wettelijk verplicht minimumloon vastgesteld. Ellen de Lange (15) uit Rijswijk merkt dat het heel moeilijk is om aan werk te komen: „De eerste vraag die ik krijg is hoe oud ik ben. Dan is het gesprek al gelijk over en vragen ze niet eens naar mijn cv. Terwijl ik dacht dat ze me lekker goedkoop zouden vinden omdat ze weinig kwijt zijn aan loonkosten.”

Elke winkel waar ze binnenstapte, heeft ze naar open vacatures gevraagd, heel soms mocht ze een sollicitatieformulier invullen. „Eén keer heb ik wat teruggehoord, toen ik vakken wilde vullen bij Kruidvat. Ik kreeg een brief dat ik niet in het profiel paste.”

Ze zit in het vierde jaar van het gymnasium, maar ze zochten iemand met vmbo- of mbo-niveau. „Ik wil niet arrogant overkomen, maar ik denk dat ik juist wel sneller kan rekenen.”

Nu heeft ze een baantje bij Domino’s Pizza gevonden, als pizzabakker. Ze is twee weken op proef. Een officiële vakantiebaan is het nog niet, want het rooster voor de zomer is nog niet bekend. „Ik hoop maar dat ik veel kan werken.”

Jeugdwerkloosheid stijgt

Het werkloosheidspercentage voor jongeren tussen de 15 en 25 jaar ligt momenteel op 15,7 procent, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. „Veel afgestudeerde studenten houden noodgedwongen hun bijbaan na de studie aan als fulltime baan”, vertelt Robbert Coenmans, voorzitter van FNV Jong: „Voor bedrijven is dat lekker, ze hebben dan een afgestudeerde student in plaats van een scholier van 16 jaar. Maar die houden dan de plekken bezet van jongere scholieren, die zo geen werkvaardigheden kunnen opdoen. Dat wordt uiteindelijk een probleem.”

Dat studenten blijven hangen op hun bijbaantjes beaamt ook oud-Kamerlid Mirjam Sterk, ‘ambassadeur aanpak jeugdwerkloosheid’. „Wij stimuleren dat in principe ook. Afgestudeerden moeten actief blijven op de arbeidsmarkt, dus desnoods in het baantje dat ze al hadden.” Ze adviseert daarom scholieren die geen baan kunnen vinden om vrijwilligerswerk te doen. „Dan krijg je wel niet betaald, maar je doet wel werkervaring op.”

Neem de 19-jarige Rick Verheul uit Amsterdam. Hij deed een zomer lang vrijwilligerswerk in Kenia en gaat deze zomer als kampleider mee met gehandicapte kinderen. Maar daarnaast heeft hij, vanaf zijn 12de, elk jaar vakantiewerk gehad. Deze zomer verzorgt hij ontbijt in een hostel. Eerdere zomers heeft hij vrachtwagens gewassen, kranten bezorgd, op een woonboerderij gewerkt en een zomer aardbeien en kersen geplukt. „Dat is saai en vies. Je staat met je enkels in de modder uren te plukken.”

De rol van de ouders bij het vinden van een baantje is van belang, zegt arbeidspsycholoog Ter Haar. „Het is bepalend hoe er thuis over werk gesproken wordt. Stimuleren de ouders het? Dan zijn de kinderen waarschijnlijk al vanaf hun dertiende aan het werk. Ik krijg vaak ouders die klagen dat hun kinderen de hele dag in badjas rondhangen in de vakantie. Die ruimte geven ze dan blijkbaar.”

De meeste jongeren vinden via via werk, blijkt uit onderzoek over vakantiebaantjes van FNV Jong uit 2012. Moeder Yvette Gumbs (40) heeft voor haar 17-jarige zoon Milan een oproep op haar Facebookpagina gepost. „Ik heb een veel groter netwerk, hij heeft alleen zijn vrienden die zelf ook werk zoeken.” Dankzij de oproep mag hij nu komen proefdraaien in een restaurant.

Gumbs zag haar zoon opbloeien tijdens een eerder bijbaantje in een café, vertelt ze. „Werken maakt van hem een ander mens. Hij kreeg verantwoordelijkheidsgevoel. Opeens wilde hij op tijd op zijn werk zijn, als zijn baas belde stond hij gelijk paraat. Hij kreeg meer zelfvertrouwen en at bijvoorbeeld ook nieuwe dingen. Ging hij opeens zalm halen, wat hij vroeger nooit lustte.”

Zij vindt het belangrijk dat hij zijn eigen geld verdient. „Ze willen allemaal het nieuwste van het nieuwste, het is goed als ze zich al op jonge leeftijd bewust zijn van de waarde van geld.”

Alle drie de jongeren zeggen dat het loon ze niet veel uitmaakt. Ellen krijgt als 15-jarige rond de 2,56 euro bruto per uur. Dat spaart ze nu al op om later haar studie van te betalen. Rick verdient „ongeveer 6 euro per uur”. Of dat netto of bruto is, weet hij niet. „Wel wit. En voldoende om met Kerst van te gaan reizen.”