Woorden voor vis

Op reportage in Afghanistan, afgelopen week, had ik hier nu graag verslag gedaan van een kleine culinaire excursie. Een wandeling naar een goedgesorteerde markt en het testen van een lokaal recept. Maar dat bleek even illusoir als, voorlopig, de vrede in het land. En die twee hadden met elkaar te maken: je kon de bases en kampen alleen af met rollend materieel. Kruiden, groenten en uitgebeende schapen zag je wel, langs de weg, maar dus alleen in het voorbij denderen, van boven uit het luik van de Bushmaster-pantserwagen.

Wais, de tolk, bracht uitkomst, in ieder geval qua gerecht. Je zou wat over onze laqa kunnen schrijven, suggereerde hij. Want dat is dé delicatesse uit het noorden van het land. Laqa? Een vis uit de Amoe Darja, de brede grensrivier met Oezbekistan. Heeft hij ze weleens gevangen? Dat niet. „Ik ben opgegroeid in het midden van het land, waar het erg droog is. Daar is geen laqa, En daar heet alle vis gewoon ‘vis.’”

Een intrigerende opmerking. Zoals eskimo’s – dat is niet zo, maar even for argument’s sake – honderd woorden hebben voor ons karige ‘sneeuw’, zo hebben woestijnbewoners kennelijk maar één woord voor vis, waarvoor wij er dus weer honderden hebben. Misschien zit in hun idioom, op hun beurt, een waslijst aan marginaal verschillende synoniemen voor stof, geit en voor een tentflap die klappert in een mummificerende wind. En misschien hebben ze er ook maar één voor voorbij denderende buitenlandse militairen – of juist heel veel kleurrijke.

Aan het militaire eten was dus weinig avontuur te beleven. De keus was tussen ingevlogen Duits en ingevlogen Amerikaans. Maar met overal wifi bracht Wais’ suggestie toch nog een gerecht aan het licht: mahi laqa, visstoofschotel. Deze moet dus eigenlijk met vis uit de Amoe Darja, maar met iedere stevige andere vis lukt het vast ook.

Snipper de grote ui en hak de knoflooktenen en bak deze vervolgens aan in de olie of de ghee – geklaarde boter. Ontvel dan de tomaten, haal de pitjes eruit, snijd ze in kleine stukjes en doe ze bij de knoflook en ui. Doe er nu het korianderzaad en de kurkuma bij en een kopje water. Breng aan de kook, zet dan op laag vuur en laat een kwartiertje sudderen. Voeg zout en peper naar smaak toe.Snijd intussen de vis aan blokjes ter grootte van een luciferdoosje en laat vijf minuten afgedekt. Serveer met gekookte rijst.