Weg met dat naïeve euro-optimisme!

Blijmoedig probeert GroenLinks de eurocrisis te bestrijden, schrijft Ewald Engelen. Maar meer Europa betekent niet automatisch meer solidariteit en duurzaamheid.

Het vorige week gepresenteerde essay Macht pakken met Europa, de GroenLinkse aftrap voor de Europese Parlementsverkiezingen van volgend jaar, is ‘vintage’ GroenLinks: overklotsend van de goede bedoelingen waar niemand zich aan kan snijden, strategisch kinderlijk naïef en politiek levensgevaarlijk.

Eerst die goede bedoelingen. GroenLinks meent, net als alle andere constructief-kritische cheerleaders van Europa, dat meer Europa het enige antwoord is op de grensoverschrijdende uitdagingen die het fijne progressieve levensgevoel bedreigen.

Milieuvervuiling bestrijden, China het hoofd bieden, roofzuchtige banken temmen, agressieve belastingontwijking aan banden leggen, pal staan voor mensenrechten en de internationale rechtsorde – wie wil het niet?

Wie wil geen ‘groene innovatie’? Wie vindt niet dat grootbedrijven en rijke stinkerds hun aandeel aan het onderhoud van onze collectieve infrastructuur moeten betalen?

Wie maakt zich geen zorgen om grote, wankele banken? Om de opkomst van het Chinese staatskapitalisme? Om onze verslaving aan fossiele brandstoffen?

Dan de naïviteit. Volgens het essay van GroenLinks kunnen deze gevaren alleen het hoofd worden geboden door op Europees niveau de koppen bij elkaar te steken. In een variant op Alan S. Milwards European rescue of the nation-state stelt GroenLinks dat de progressieve waarden waar de partij voor zegt te staan – „eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, mensenrechten, non-discriminatie, verdraagzaamheid, vrede, duurzame ontwikkeling en solidariteit tussen mensen, landen en generaties” – alleen in een groot, sterk en verenigd Europa gerealiseerd kunnen worden. Dat is een kinderlijke ontkenning van de realiteit van het huidige Europa.

Grootzakelijke belangen

Begonnen als poging om Europese staten te binden aan wederzijdse afhankelijkheden die Europese burgeroorlogen tot in de eeuwigheid moesten voorkomen, is Europa vanaf de jaren tachtig – met het vervagen van de herinnering aan de oorlog – verworden tot voertuig van grootzakelijke en grootbancaire belangen.

De logica van de schaalgrootte die het Europese project sindsdien domineert, heeft geresulteerd in een desastreuze ‘verconsumentering’ van de burger, depolitisering van de economie en ontdemocratisering van de politiek.

Zie de aanbevelingen van eurocommissaris Olli Rehn. Lidstaat na lidstaat krijgt als opdracht de arbeidsmarkt te flexibiliseren, de lonen te matigen, de sociale grondrechten te verschralen, markten te dereguleren en de competitiviteit te verhogen.

Hoezo menselijke waardigheid, solidariteit, gelijkheid en duurzame ontwikkeling?

En denkt GroenLinks werkelijk dat het politieke spel in Europa zal leiden tot belastingharmonisatie, tot verduurzaming, tot het muilkorven van banken? Kijk naar het handjeklap met de Bankenunie, de Europese begroting. Het zijn een en al nationale en grootzakelijke belangen die de klok slaan. Niets daarover in het essay.

Helemaal bont maken de GroenLinks-auteurs het in het deel dat is gewijd aan de euro.

Hoewel het essay terecht constateert dat de eurocrisis niet is veroorzaakt door te hoge staatsschulden maar door te hoge private schulden (hypothecaire leningen), is de oproep om de cultuur van wantrouwen die nu in de eurozone heerst, te verruilen voor een cultuur van Europese solidariteit gestoeld op besef van wederzijdse afhankelijkheid en gedeelde kwetsbaarheid meer dan kinderlijk.

Goedbedoelde superioriteit

Snapt GroenLinks dan niet dat de bankenunie, de euro-obligaties en het schuldverminderingsfonds dat de partij wil, neerkomen op qua omvang en duur ongelimiteerde transfers van noord naar zuid, van crediteurlanden naar debiteurlanden, en dat daarvoor de benodigde solidariteit ontbreekt?

Denkt de partij werkelijk dat het Nederlandse electoraat in zijn eigen, door Europa afgedwongen uur van nood bereid is om op jaarbasis luttele miljarden naar Zuid-Europa te transfereren?

Het is helemaal GroenLinks. Het ademt namelijk dezelfde mix van blijmoedig idealisme en politiek gefröbel waarmee Jolande Sap op 26 april 2012 haar handtekening zette onder dat suïcidepact dat in de parlementaire annalen bekend is komen te staan als Lenteakkoord.

Het vaagde GroenLinks tijdens de verkiezing van 12 september vorig jaar – terecht – weg en doet Nederlandse burgers en bedrijven dit jaar door procyclische lastenverzwaringen ter waarde van 12 miljard euro zoveel onnodige pijn.

Waarvoor, namens de Nederlandse burgerij, nog altijd hartelijk dank, Jolande.

En het is hetzelfde mengsel van goedbedoelde superioriteit en hemeltergende naïviteit die Bram van Ojik een jaar later weer even unverfroren aan de dag legt als hij in NRC Handelsblad fris en vrolijk laat optekenen dat er met hem altijd te spreken valt over een ‘groene’ invulling van dat vierde pakket van ombuigingen dat voor augustus op de rol staat en naar alle waarschijnlijkheid de nekslag voor de Nederlandse economie zal betekenen.

Ik vind het onvoorstelbaar dat je als progressieve politieke partij tijdens de diepste crisis van het gefinancialiseerde kapitalisme ooit, zo weinig gevoel voor het politiek-historische moment aan de dag legt.

Waar ben je voor opgericht? Waarom is GroenLinks op aarde? Waarom zijn al die gedreven, goedbedoelende GroenLinksers de politiek ingegaan?

Wat is de raison d’être van GroenLinks – en dat bedoel ik precies zo diep existentialistisch als het klinkt.

Om wat ‘groene’ kraaltjes binnen te harken over de rug van het sociaal-economisch leed van miljoenen?

Om je met je kritisch-constructieve opstelling gelukzalig verheven te voelen boven de nee-zeggers van PVV en SP terwijl om je heen Nederland en Europa in elkaar storten?

Wat een tenenkrommend politiek gefröbel.