Urenlang wachten op wagens van koekjesmerken

Het lint van 150 auto’s in de reclamekaravaan kan wel twintig kilometer lang zijn. Leuk voor het publiek, niet voor de rest van de Tourvolgers.

De weg tussen Ajaccio en Calvi zou je bijna de ‘toeristische route’ noemen, als het niet de enige weg was tussen de twee Corsicaanse stadjes. Normaal gesproken rijden de renners in de Tour de France zelf op de kleinere wegen, en nemen de ploegbussen en volgers andere (snel)wegen tussen de start- en finishplaats. Op Corsica gaat dat niet. Iedereen – ook de reclamekaravaan, materiaalwagens, organisatoren, journalisten – reed de afgelopen dagen over het parcours zelf.

Gisteren, op weg naar Calvi, aan de noordkust van Corsica, was dat geen straf. De meute reed langs rotspartijen, baaien en dorpjes, steevast toegejuicht door het publiek, of het nou een tv-technicus of een dopingcontroleur was die voorbijreed. Toeschouwers riepen uitzinnig ‘Nederlaaand!’ als ze een auto met een Nederlandse kentekenplaat zagen.

Maar echt efficiënt verliep de verplaatsing op de bochtige kustweggetjes van het noordwesten van Corsica niet. Zo hield de reclamekaravaan de andere volgers behoorlijk op. Meer dan 150 krankzinnige uitgedoste wagens van koekjesmerken of elektronicagiganten toeren dagelijks met een slakkengangetje langs het publiek, dat spulletjes toegeworpen krijgt vanuit de wagens. Op Corsica is de karavaan ingekort, maar bestaat ze nog altijd uit ongeveer honderd auto’s. Zo’n lint van gesponsorde wagens kan gemakkelijk twintig kilometer lang zijn, zeker op geaccidenteerd terrein.

Uren voordat de renners ergens langskomen, staan de toeschouwers gretig klaar om het reclamemateriaal tot zich te nemen. Twee koplopers in de tweede etappe naar Ajaccio werden bijna van hun sokken gelopen door een man die besloot dat hun passage het juiste moment was om een petje op te rapen van de weg.

Voor de volgers is het zaak de juiste sticker op hun auto’s te hebben. De gelukkigen hebben een blauw-roze plakkaat op hun voorruit, dat hun in staat stelt om de karavaan in te halen. Dat inhalen is een kwestie van laveren tussen de gesponsorde karretjes, die nu eens links en dan weer rechts van de weg rijden.

Met een oranje sticker kom je minder ver. Deze ongelukkigen zijn genoodzaakt achter de karavaan te blijven, daartoe aangespoord door een strenge Fransman in een oranje autootje met zwaailicht. Op weg naar Calvi was een van de advertentiekarretjes in de greppel beland – iedereen aan de kant voor de takelwagen!

Deze Tour zijn er nog geen grote incidenten gemeld die werden veroorzaakt door de karavaan. Vorig jaar brak een toeschouwer zijn been en sleutelbeen nadat hij was aangereden door een reclamekarretje. Drie jaar geleden werd een vrouw in het Zeeuwse Rilland van haar stoel gereden door een sponsorwagen die van de weg raakte. En begin deze eeuw overleden twee jongetjes na een aanrijding in de karavaan. Na die incidenten besloot de Tourdirectie het aantal deelnemers aan de karavaan te verminderen.

Op Corsica waren speciale voorzorgsmaatregelen genomen om alles soepel te laten verlopen. Normaal start de karavaan zo’n anderhalf uur voor de renners; dat is verhoogd naar twee uur, om te voorkomen dat de renners de karavaan nog zouden inhalen. Vandaag is de Tour aangekomen op het Franse vasteland. In de Provence liggen, in tegenstelling tot op Corsica, veel snelwegen.