Topbankiers Vaticaan moeten aftreden

Het gedwongen vertrek van twee topbankiers van de bank van het Vaticaan laat zien dat de paus ernst maakt van de sanering ervan.

Twee signalen in vijf dagen tijd. Woensdag het bericht dat een commissie van vijf vertrouwelingen onderzoek aan het doen is naar het functioneren van het Instituut voor Religieuze Werken (IOR), zoals de bank van het Vaticaan officieel heet. En gisteravond de onverwachte mededeling dat de directeur en vice-directeur van de bank „in het belang van de instelling en van de Heilige Stoel” hun functies ter beschikking hebben gesteld. Paus Franciscus heeft haast bij de sanering van dit omstreden instituut.

Het Vaticaan maakt aan het begin van de avond bekend dat algemeen directeur Paolo Cipriani en vice-directeur Massimo Tulli hun functies neerleggen. Dat bericht kwam een paar uur na het eerste verhoor door Romeinse openbare aanklagers van monseigneur Nunzio Scarano. Die werkte niet bij de bank, maar deed er wel veel zaken mee; hij beheerde er twee rekeningen waar heel veel geld omging.

Scarano, tegen wie ook nog een onderzoek loopt in zijn geboortestad Salerno, was vrijdag gearresteerd op verdenking van betrokkenheid bij een plan om twintig miljoen euro aan zwart geld illegaal het land in te smokkelen. Uit afgeluisterde telefoongesprekken blijkt dat Scarano regelmatig in contact was met zowel Cipriani als Tulli over omvangrijke bij- en afboekingen op zijn rekeningen bij het IOR.

De suggestie is dat Cipriani en Tulli op de een of andere manier hebben meegewerkt aan illegale transacties – al zijn ze in het huidige onderzoek van de Romeinse justitie naar het IOR, niet verdacht. In 2010 werd Cipriani genoemd in een verdachte transactie met 33 miljoen euro. Aanvankelijk was beslag gelegd op dit geld. Dit beslag is inmiddels opgeheven, maar het strafrechtelijke onderzoek is nog niet afgerond.

De Vaticaanse bank is opgezet voor financiële dienstverlening aan geestelijken en religieuze instellingen. Maar het IOR is er vaak van beschuldigd betrokken te zijn bij het witwassen van geld en andere frauduleuze financiële transacties.

Paus Benedictus XVI is in 2010 al begonnen orde op zaken te stellen. Dat heeft aanvankelijk geleid tot een machtsstrijd binnen het Vaticaan, waarbij de toenmalige president, Ettore Gotti Tedeschi, vorig jaar het onderspit delfde. De vraagtekens hierover werden alleen maar groter toen Gotti Tedeschi in vage bewoordingen zei te vrezen voor zijn leven. Ook het Vatileaks-schandaal, over uitgelekte privécorrespondentie van de paus, heeft die vraagtekens niet opgelost.

Vlak voor zijn besluit om af te treden, in februari van dit jaar, benoemde paus Benedictus een landgenoot tot president van de bank: de Duitser Ernst von Freyberg. Die moest verdere stappen zetten om de werkwijze van de bank in overeenstemming te brengen met internationale afspraken tegen witwassen.

Eind mei zei Freyberg nog tegen de Corriere della Sera dat hij uitstekend samenwerkte met Cipriani en Tulli. Nu komt hij daar op terug. In een verklaring van hem die door het Vaticaan is verspreid, staat: „Sinds 2010 hebben het IOR en zijn management er hard aan gewerkt om de structuren en processen in overeenstemming te brengen met internationale afspraken tegen witwassen. Terwijl we dankbaar zijn voor wat er is bereikt, is het duidelijk dat we een nieuwe leiding nodig hebben om de pas van dit transformatieproces te versnellen.”

Ook de instelling van een onderzoekscommissie wijst daarop. Opvallend is dat er maar één Italiaan in zit, dat er geen restricties van vertrouwelijkheid gelden, en dat de commissie rechtstreeks rapporteert aan de paus en hem ook al haar werkmateriaal moet overhandigen. Dat duidt erop dat paus Franciscus op zijn minst sceptisch is over de verzekering dat het wel goed komt met het IOR.