Spioneren doe je ook bij je naasten

Verontwaardiging bij de Europese Unie en de lidstaten, nu Der Spiegel heeft onthuld dat deze ‘bondgenoten’ van de Verenigde Staten doelwit zijn van Amerikaanse spionage. Er is onder meer, volgens de berichten gebaseerd op documenten van klokkenluider Edward Snowden, afluisterapparatuur geplaatst in ambassades, waaronder die van de EU in Washington en bij de Verenigde Naties in New York.

Het gaat niet alleen om een moreel gevoel bedrogen te zijn door de Amerikaanse partner. Ook keiharde economische belangen spelen een rol, zoals de nu opeens beladen onderhandelingen over een breed Trans-Atlantisch handelsakkoord. Dat moet wereldwijd baanbrekend zijn. Maar wat als de inhoud van vertrouwelijk Europees beraad over de te volgen strategie elke keer weer onder ogen komt van de tegenstander? Wat blijft er dan nog over van een ‘gelijk speelveld’ voor iedereen, een niet onbelangrijke doelstelling van het beoogde handelsakkoord?

Maar is de Europese verontwaardiging niet hypocriet? Spionage door de VS is immers niet nieuw, en spionage is bepaald ook niet alleen aan de VS voorbehouden – zie bijvoorbeeld de directe betrokkenheid van de Britse geheime dienst GCHQ bij het PRISM-programma van de NSA. Al veel ouder is de samenwerking tussen de VS, Groot-Brittannië, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland in het Echelon-netwerk bij het wereldwijd afluisteren van elektronische communicatie via de lucht.

Ook over het direct tappen van telefoon- en internetverkeer via afluisterapparatuur zijn de laatste jaren al vaker onthullingen gedaan – zonder dat dit tot een breuk met de VS heeft geleid. In november 2010 bracht klokkenluiderswebsite WikiLeaks documenten naar buiten over Amerikaanse spionageactiviteiten bij de VN in New York. Vrijwel alle landen zijn doelwit van spionage van Amerikaanse diplomaten, bleek daaruit.

Tien jaar geleden waren er ook al berichten over afluisterapparatuur in het Justus Lipsiusgebouw in Brussel. Het Vast Comité van Toezicht op de (Belgische) Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten concludeerde toen dat de de affaire min of meer in de doofpot werd gestopt.

Het Comité vermeldt wel enkele interessante details. Zo bleek dat al tijdens de renovatie van het Justius Lipsiusgebouw in de jaren negentig van grote afstand bedienbare afluisterapparatuur was geplaatst in de cabines van de tolken, van Israëlische makelij. De telefooninstallaties van de Britse, Franse, Spaanse, Oostenrijke en Duitse delegatie konden zo worden afgetapt.

Het vermoeden was destijds dat de VS hierachter zaten, maar de affaire heeft nooit tot een openlijke confrontatie geleid. Tot opluchting van de Belgische autoriteiten, die, blijkens een waarschuwing van de veiligheidsdienst, pleitten voor terughoudendheid. „Dit soort zaken kan altijd ernstige gevolgen hebben, vooral wanneer men probeert verantwoordelijkheden te leggen”, aldus de dienst die wijst op het gevaar dat het in 2001 in Nice genomen besluit om alle Europese topontmoetingen voortaan in Brussel te houden, wordt teruggedraaid. „Indien de beslissing van Nice zou worden herzien of, erger nog, indien de EU zou overwegen om een van haar instellingen te verhuizen, dan zouden de directe en indirecte economische gevolgen heel zwaar wegen.”