Rekenkamer uit zorgen over passend onderwijs - ‘niet ideaal’

Veel basisscholen hebben niet de financiële mogelijkheden om te investeren in passend onderwijs. De wankele verhouding tussen mensen, middelen, taken en tijd in het basisonderwijs vormt een risico voor een succesvolle inpassing van passend onderwijs, luidt de conclusie van de Algemene Rekenkamer in het rapport ‘Kunnen basisscholen passend onderwijs aan?’.

De financiële positie van het basisonderwijs in Nederland verbetert de komende jaren naar verwachting niet en het afvloeien van meer personeel is de komende jaren onvermijdelijk, aldus de Rekenkamer. Het instituut noemt de voorwaarden voor de invoering van passend onderwijs “niet ideaal”.

“Succesvol invoeren van passend onderwijs vraagt extra alertheid van de bewindspersonen op het Ministerie van Onderwijs en van schoolbesturen, want het evenwicht tussen wat basisscholen aan kunnen en wat van ze gevraagd wordt is wankel.”

Volgend jaar wordt het passend onderwijs ingevoerd. Dat houdt in dat kinderen met leerproblemen zoveel mogelijk in het reguliere basisonderwijs worden opgevangen. Alleen voor de problematische gevallen blijft een plek beschikbaar in het speciaal onderwijs. Logisch gevolg van dit landelijke beleid is dat speciale scholen kleiner worden en in het uiterste geval misschien zelfs verdwijnen. Gewone scholen worden juist groter en krijgen meer geld. Daardoor verschuiven de geldstromen.

De voorgenomen bezuiniging van 300 miljoen euro op het passend onderwijs werd na protesten geschrapt in het Lente-akkoord. Er komt ruim 100 miljoen euro voor de (bij)scholing van docenten. Wel leiden deze maatregelen vanaf 2014 tot mogelijke bezuinigingen op onderwijs.