Rekenkamer bezorgd om passend onderwijs

De Algemene Rekenkamer betwijfelt of basisscholen in september 2014 in staat zullen zijn goed onderwijs te verzorgen voor kinderen met leerproblemen. De scholen zijn vanaf die datum verplicht deze kinderen een passende onderwijsplek te bieden.

In een vandaag verschenen rapport vraagt de Rekenkamer zich af of de basisscholen deze extra taak financieel wel aankunnen en of leraren goed genoeg zijn opgeleid om deze leerlingen les te geven. De Rekenkamer schreef het rapport, getiteld, Kunnen basisscholen passend onderwijs aan? op verzoek van staatssecretaris Dekker (Onderwijs, VVD).

Door teruglopende aantallen leerling krijgt het basisonderwijs al jaren minder geld, terwijl de uitgaven nauwelijks zijn gedaald. Eén op de vijf scholen heeft geen financiële buffer meer, of zelfs een schuld. Daardoor zullen de komende jaren leraren worden ontslagen. Dat zet druk op de invoering van passend onderwijs, aldus de Rekenkamer.

Er is de afgelopen jaar al veel deskundig personeel afgevloeid, vooral remedial teachers en onderwijsassistenten. De Rekenkamer concludeert: „Minder ondersteuning en gebrek aan scholing betekent dat het lastiger voor een leraar wordt om tegemoet te komen aan de leerbehoefte van alle leerlingen in de klas.” De omstandigheden voor passend onderwijs zijn „niet ideaal”, aldus de Rekenkamer.

De Rekenkamer maakt zich ook zorgen over het feit dat het ministerie van Onderwijs scholen steeds meer afrekent op leeropbrengsten. Die wordt gemeten via de prestaties voor taal en rekenen. Mogelijk nemen scholen kinderen die extra ondersteuning nodig hebben, niet aan, omdat ze van hen lagere leeropbrengsten verwachten. Dat is „een risico voor een succesvolle invoering van passend onderwijs.”

In een reactie op het rapport noemt de PO-raad, de vereniging van schoolbesturen, het invoeren van passend onderwijs in deze omstandigheden „een risicovolle onderneming”.