Mollema krijg je niet gek

Na de derde etappe werd duidelijk dat Bauke Mollema echt de enige kopman is van Belkin Robert Gesink werd gisteren 155ste op bijna achtenhalve minuut achterstand Hij mag nu Mollema bijstaan

Redacteur Wielrennen

Al was er een vliegtuig neergestort op het parcours, Bauke Mollema krijg je niet gek. De kopman van Belkin Pro Cycling was in de eerste rit gevallen, met wat schaafwonden tot gevolg, maar dat had ook anders kunnen aflopen: hij was bijna tegen een lantaarnpaal aangeknald.

Gisteren na de finish in Calvi, in een massasprint gewonnen door de Australiër Simon Gerrans (Orica-GreenEdge), was Mollema evenwel zeer te spreken over de eerste drie dagen van de Tour. „Het maakt me eigenlijk niet zoveel uit dat we vanavond weer naar het vasteland van Frankrijk gaan. Corsica is me meegevallen. Ik was bang voor slechtere wegen. Het was een relaxte Tourstart, met minder publiek dan normaal. Ik heb alleen een beetje een stijve nek.”

In Calvi werd duidelijk dat Mollema echt de enige kopman is van Belkin, en dat Robert Gesink – vijfde in het eindklassement van de Tour van 2010 – niet voor het klassement gaat. Hij werd gisteren 155ste, op bijna achtenhalve minuut van het peloton met alle favorieten.

Mollema nog ongeschonden

Gesink was in mei van dit jaar op weg naar een goed klassement in de Giro d’Italia, die hij dit jaar prefereerde boven de Tour, totdat hij onderkoeld raakte en moest opgeven. Hij had ervoor kunnen kiezen om de Tour helemaal niet te rijden, maar wilde toch mee. Nu het klassement geen optie meer is, wil hij proberen om mee te strijden voor een ritzege. Verder: bidonnen halen voor Bauke.

Belkin is geslaagd in het doel om Mollema de eerste drie dagen van de Tour ongeschonden te laten doorstaan. Maar de andere renners hebben niet stilgezeten. Zo was Lars Boom de eerste twee dagen mee met een groepje dat vooruitreed. En gisteren poogde de Noor Lars-Petter Nordhaug om weg te komen in de laatste minuten. Alle twee werden telkens bijgehaald.

Vooral de ontsnappingen van Boom wekten verbazing. Waren ze niet bij voorbaat kansloos, en dus verspilde energie? Ploegleider Nico Verhoeven: „Bij de eerste rit hadden we niet het idee dat het tot een goed einde zou kunnen komen, maar in de tweede dachten we dat de sprintersploegen en de klassementsploegen zouden twijfelen om initiatief te nemen en dat dat wel mogelijkheden bood voor een ontsnapping die tot het eind kon draaien.”

Boom per ongeluk mee

Boom probeerde als eerste aan te komen op elk bergje en ging voluit bij elke tussensprint. Opmerkelijk genoeg verklaarde hij na afloop dat de bolletjestrui voor beste klimmer hem „niet interesseert”. Nog opmerkelijker was dat hij verklaarde dat hij in de tweede rit „per ongeluk” in het groepje vluchters zat.

Nog diezelfde avond meldde het officiële perscommuniqué van Belkin dat Boom „eigenlijk wel moest” aanvallen. „Er was sprake dat de jury alle punten die gisteren aan de finish voor het puntenklassement waren uitgedeeld, zou afnemen. Vanwege de chaos. Ik had gisteren de tussensprint gewonnen en als de jury het plan daadwerkelijk zou uitvoeren, hoefde ik vandaag eigenlijk alleen maar mee te zitten om de groene trui te pakken. Helaas besliste de jury uiteindelijk anders.”

Hoe zit het nu? Per ongeluk vluchten of niet, en meestrijden om de groene trui of niet? „Wat wij in het persbericht schrijven is hoe het is”, aldus persvoorlichter Leon Brouwer.

Tourploegen bestaan uit negen renners, die uiteenlopende rollen vervullen. Zo is de ploeg van Argos-Shimano er helemaal op ingericht om de Duitse sprinters Marcel Kittel en John Degenkolb te laten excelleren, en mikt Vacansoleil op dagsuccessen met bijvoorbeeld Johnny Hoogerland. In de ploeg van Belkin zijn Tom Leezer en de Belg Maarten Wynants er puur voor Mollema. Het is onwaarschijnlijk dat een van hen zelf een keer voor de ritwinst zal gaan. Een maand geleden, toen hij op trainingskamp was in de Spaanse Sierra Nevada, zei Leezer al dat hij het uitermate boeiend vindt om te rijden in dienst van een ander.

Voor buitenstaanders is dit aspect van de wielersport weleens lastig te begrijpen. Iedere topsporter wil toch voor het hoogste gaan? Toch is het niet onlogisch: wie geen gespecialiseerde klimmer, tijdrijder of sprinter is, maakt weinig kans om zelf iets te winnen. Bovendien is wielrennen bij uitstek een teamsport. Als Leezer en Wynants hun kopman Mollema niet bijstaan, kan hij een goede eindklassering vergeten.

Dat bijstaan bestaat er vooral uit dat Mollema uit de drukte moet worden gehouden. Bij smalle passages door dorpjes en bij lastige klimmetjes moet een van zijn ploeggenoten hem naar de kop van het peloton loodsen. Daar heeft Mollema minder last van het gedrang, loopt hij minder risico op een valpartij en kan hij goed in de gaten houden of er concurrenten proberen weg te rijden uit het peloton.

Een andere Belkin-renner, Laurens ten Dam, is ervoor aangesteld om Mollema bij te staan in de bergen. Boom, Nordhaug en de Belg Sep Vanmarcke mogen af en toe voor hun eigen kansen gaan, maar ook zij dienen in voorkomende gevallen hun kopman te helpen. En nu ook Gesink tot luxeknecht is geëvolueerd, heeft Mollema het voorlopig goed voor elkaar.