Met zijn allen bidonnen voor Bauke halen

Kopman Bauke Mollema kwam goed door de eerste dagen, zijn ploeggenoten gingen in de aanval. De Belkin-ploeg is tevreden over ‘operatie-Corsica’

Al was er een vliegtuig neergestort op het parcours, Bauke Mollema krijg je niet gek. De kopman van Belkin was in de eerste rit gevallen, met wat schaafwonden tot gevolg, maar dat had ook anders kunnen aflopen: hij was bijna tegen een lantaarnpaal aangeknald.

Gisteren na de finish in Calvi was Mollema zeer te spreken over de eerste drie Tourdagen. „Het maakt me niet zoveel uit dat we naar het vasteland van Frankrijk gaan. Corsica is me meegevallen. Ik was bang voor slechtere wegen. Het was een relaxte Tourstart, met minder publiek dan normaal. Ik heb alleen een beetje een stijve nek.”

In Calvi werd duidelijk dat Mollema echt de enige kopman is van Belkin, en dat Robert Gesink – vijfde in het eindklassement van de Tour van 2010 – niet voor het klassement gaat. Hij werd gisteren 155ste, op bijna achtenhalve minuut van het peloton.

Gesink was dit voorjaar op weg naar een goed klassement in de Giro, die hij prefereerde boven de Tour, tot hij onderkoeld raakte en opgaf. Hij had ervoor kunnen kiezen de Tour helemaal niet te rijden, maar wilde toch mee. Nu het klassement geen optie meer is, wil hij meestrijden voor een ritzege. Verder: bidonnen halen voor Bauke.

Het is Belkin gelukt Mollema de eerste drie dagen ongeschonden door te laten komen. Maar de andere renners zaten niet stil. Zo was Lars Boom twee keer mee met een groepje dat vooruitreed. En gisteren poogde de Noor Lars-Petter Nordhaug weg te komen in de slotfase. Ze werden telkens ingehaald.

Vooral de ontsnappingen van Boom wekten verbazing. Waren ze niet bij voorbaat kansloos – dus verspilde energie? Ploegleider Nico Verhoeven: „Bij de eerste rit hadden we niet het idee dat het tot een goed einde kon komen, maar in de tweede dachten we dat de sprinters- en klassementsploegen zouden twijfelen om initiatief te nemen en dat dit kansen bood voor een ontsnapping die tot het eind kon draaien.”

Boom probeerde als eerste aan te komen op elk bergje en ging voluit bij elke tussensprint. Opmerkelijk genoeg verklaarde hij na afloop dat de bolletjestrui voor beste klimmer hem „niet interesseert”. Nog opmerkelijker was zijn verklaring dat hij in de tweede rit „per ongeluk” in het groepje ‘vluchters’ zat.

Nog diezelfde avond meldde het perscommuniqué van Belkin dat Boom „eigenlijk wel moest” aanvallen. „Er was sprake dat de jury alle punten die gisteren aan de finish voor het puntenklassement waren uitgedeeld, zou afnemen. Vanwege de chaos. Ik had gisteren de tussensprint gewonnen en als de jury het plan daadwerkelijk zou uitvoeren, hoefde ik vandaag eigenlijk alleen maar mee te zitten om de groene trui te pakken. Helaas besliste de jury uiteindelijk anders.”

Hoe zit het nu? Per ongeluk vluchten of niet, en meestrijden om de groene trui of niet? „Wat wij schrijven is hoe het is”, aldus persvoorlichter Leon Brouwer.

Tourploegen bestaan uit negen renners die uiteenlopende rollen vervullen. Zo is de ploeg Argos-Shimano er helemaal op ingericht de Duitse sprinters Marcel Kittel en John Degenkolb te laten excelleren, en mikt Vacansoleil op dagsuccessen met bijvoorbeeld Johnny Hoogerland. Bij Belkin rijden Tom Leezer en de Belg Maarten Wynants puur voor Mollema. Het is onwaarschijnlijk dat een van hen zelf een keer voor de ritwinst gaat. Een maand geleden, op trainingskamp in de Sierra Nevada, zei Leezer al dat hij het heel boeiend vindt te rijden in dienst van een ander.

Voor buitenstaanders is dit aspect van de wielersport weleens lastig te begrijpen. Iedere topsporter wil toch voor het hoogste gaan? Toch is het niet onlogisch: wie geen gespecialiseerde klimmer, tijdrijder of sprinter is, maakt weinig kans om zelf iets te winnen. En wielrennen is bij uitstek een teamsport. Als Leezer en Wynants kopman Mollema niet bijstaan, kan hij een goede eindklassering vergeten.

Dat bijstaan bestaat er vooral uit Mollema uit de drukte te houden. Bij smalle passages door dorpjes en bij lastige klimmetjes moet een van zijn ploeggenoten hem naar de kop van het peloton loodsen. Daar heeft Mollema minder last van het gedrang, loopt hij minder risico op een valpartij en kan hij goed in de gaten houden of er concurrenten proberen weg te rijden.

Een andere Belkin-renner, Laurens ten Dam, is ervoor aangesteld Mollema bij te staan in de bergen. Boom, Nordhaug en de Belg Sep Vanmarcke mogen af en toe voor hun eigen kansen gaan, maar ook zij dienen in voorkomende gevallen hun kopman te helpen. En nu ook Gesink tot luxeknecht is geëvolueerd, heeft Mollema het voorlopig goed voor elkaar.