Krimpende ambassades

Nederland blijft in het buitenland vertegenwoordigd met hetzelfde aantal ambassades. Dat is het goede nieuws uit de brief die minister Timmermans (Buitenlandse Zaken, PvdA) vrijdag naar de Tweede Kamer stuurde. De bewindsman legt hierin uit hoe hij de in het regeerakkoord vastgelegde bezuiniging van 100 miljoen euro op zijn begroting wil verwezenlijken.

Het slechte nieuws is dat Nederlands aanwezigheid in de wereld door aanzienlijk minder mensen zal worden uitgedragen en dat de consulaten in München, Milaan, Antwerpen, Chicago en Osaka dichtgaan. Nederland is wereldwijd de vijfde exporteur. Voor het broodnodige herstel moet de nationale economie het op dit moment vooral hebben van de export, dus ook van economische diplomatie.

Hiermee valt een inkrimping van het netwerk van diplomatieke posten moeilijk te rijmen. Zoals werkgeversorganisatie VNO-NCW terecht stelt: geen enkel bedrijf bezuinigt in crisistijd op de buitendienst.

Aan de andere kant zijn het wel bezuinigingen waaraan een weloverwogen keuze ten grondslag ligt. In de woorden van minister Timmermans: „Minder aanwezigheid in Europa, dat dichtbij ligt. En meer in opkomende markten waar de rol van de overheid groot is en onze diplomatieke toegang een meerwaarde vormt.” Hiermee sluit Nederland aan bij een trend die ook in andere Europese landen, gaande is. Het woord meerwaarde is inderdaad cruciaal. De Nederlandse diplomatie is geen rechtstreeks verlengstuk van de Nederlandse exporteurs. Het gaat erom dat bedrijven soms op weg worden geholpen. Maar primair is exportbevordering een verantwoordelijkheid voor ondernemingen zelf. Voor die bevordering mag van de overheid buiten Europa meer hulp worden verwacht dan daarbinnen.

Hoe belangrijk economische diplomatie ook is, de presentie van Nederland in het buitenland dient meer te zijn dan dat. Het gaat niet alleen om het uitdragen van Nederlands belang, het gaat tevens om het aanwezig zijn in andere landen en die andere landen ook begrijpen.

De commissie-Docters van Leeuwen die de Nederlandse diplomatieke dienst onderzocht, is in een onlangs verschenen rapport uiterst kritisch over de professionaliteit van het uitgezonden ambassadepersoneel. Een verwijt dat vooral de departementsleiding in Den Haag zich kan aantrekken. Rouleren van medewerkers wordt vaak belangrijker geacht dan investeren in en gebruikmaken van kennis van diezelfde medewerkers.

Wil het kleiner wordende contingent vertegenwoordigers van Nederland in het buitenland nog enigszins gezien worden, dan zal juist op dit punt het nodige moeten veranderen.