Het kabinet houdt zich wel erg stil

Donderdag debatteert de Kamer met minister Plasterk over aftappen in Nederland. De oppositie wil onderzoek naar de praktijken van de AIVD.

Ja, laat Edward Snowden maar naar Nederland komen, zegt SP-Tweede Kamerlid Ronald van Raak. „Dan beschermen we een klokkenluider én hebben we kans om informatie te krijgen over wat hier allemaal gebeurt aan aftappen.”

Jeroen Recourt van coalitiepartij PvdA reageert iets pragmatischer op het nieuws van vanmorgen, dat klokkenluider Snowden ook aan Nederland een asielverzoek heeft gedaan. „De Tweede Kamer gaat niet over de toewijzing. Daar hebben we de Immigratie- en Naturalisatiedienst voor.”

De Tweede Kamer debatteert donderdag met minister Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) over het aftappen van gegevens. Plasterk moet uitleg komen geven: hoe vaak en hoe gericht, of juist ongericht, tappen de Nederlandse inlichtingendiensten gegevens van burgers af?

D66 wil dat Plasterk het College van Toezicht voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (CTIVD) onderzoek laat doen naar hoe de Nederlandse inlichtingendiensten precies omgaan met data van burgers. Volgens Kamerlid Gerard Schouw is dat de enige die „onafhankelijk en gedegen kan onderzoeken of onze AIVD en MIVD zich rechtmatig gedragen.” Nederland houdt zich aan de wet, verzekerde minister Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) de Kamer een paar weken geleden. Maar in die wet staat dat het belang van nationale veiligheid vóór het recht op de privacy van burgers gaat. Dus hoe pakt dat in de praktijk uit?

Sinds afgelopen weekend heeft de klokkenluidersaffaire ook een diplomatiek aspect, doordat het Duitse blad Der Spiegel schreef dat de VS ook EU-ambassades afluistert. Ook dat komt donderdag aan de orde. Mede vanwege die diplomatieke invalshoek wil SP’er Van Raak dat premier Rutte meekomt om zich te verantwoorden.

Maar diplomatiek aftappen is voor de Tweede Kamerleden geen nieuw fenomeen – en dus niet de belangrijkste reden voor de aandacht die groter is dan toen Edward Snowden begin juni met zijn onthullingen kwam. De belangrijkste reden is de schaal waarop aftappen van telefoonverkeer en e-mails blijkt voor te komen. „Het is die ongerichtheid en de omvang van het aftappen die me nu ongerust maken”, zegt Jeroen Recourt.

Uit Berlijn, Parijs en Brussel kwam al snel het verzoek om opheldering aan de VS. In Nederland sloot minister Timmermans (Buitenlandse Zaken, PvdA) zich aan bij de Europese Commissie en het Europees Parlement, die ook opheldering eisten van de Amerikanen.

Maar dat was het tot nu toe. Het zou wat potsierlijk zijn als Nederland met Duitsland en Frankrijk tegen de VS mee zou roepen, zegt Recourt. „Maar enige ongerustheid zou wel uit het kabinet mogen klinken”. Over de hoeveelheid data die de Verenigde Staten in Nederland aftappen, is tot nu toe niets bekend.