'Criminelen hebben al een hekel aan ons'

Noord-Brabant pakt sinds 2,5 jaar de georganiseerde misdaad gestructureerd aan. Helpt het? „Het zijn nog speldenprikjes. Maar we pakken door.”

Nico Laagland vertrekt na 2,5 jaar als programmadirecteur van de Taskforce Georganiseerde Criminaliteit in Noord-Brabant. „Ik ben niet meer nodig. Maar het werk gaat door. Je kunt criminaliteit beheersen, onderdrukken, maar het verdwijnt nooit. Als je niets doet, groeit het je boven het hoofd.”

De Taskforce werd eind 2010 uit de grond gestampt na een reeks gewelddadige incidenten. Een huis in Eindhoven was beschoten met een mitrailleur. In een uitgebrande auto werd een lijk gevonden. De Helmondse burgemeester moest na ernstige bedreigingen onderduiken. Er zou een drugsoorlog gaande zijn.

Tegelijkertijd bleek uit een regionale veiligheidsscan dat politie en gemeenten in Noord-Brabant zich vooral concentreerden op delicten waarvan aangifte was gedaan, zoals inbraak en diefstal. Hierdoor ontbrak het zicht op criminele organisaties. Die voelden zich oppermachtig en werden steenrijk.

Wat voor situatie trof u aan?

„De georganiseerde misdaad werd niet aangepakt. Er waren veel vrijplaatsen ontstaan, plaatsen waar de overheid niet handhaafde. Woonwagenkampen en buurten waar heling mogelijk was, criminelen werden geworven, hennepteelt. Het was voor iedereen duidelijk hoe urgent het was dit aan te pakken.”

Vloeiden de bedreiging van Helmonds burgemeester en de aanslag op het gemeentehuis van Waalre uit die situatie voort?

„Inderdaad. En dat soort excessen kunnen we niet tolereren. Je komt niet aan de rechtsstaat! In de zaak-Waalre zijn drie mensen aangehouden nadat ze ambtenaren hadden bedreigd.”

Hoe bent u begonnen?

„De eerste maanden hebben we een dreigingsanalyse gemaakt. We brachten de topcriminelen in beeld, vrijplaatsen, de hennepindustrie. Daarna richtten we een Integraal Tactisch Commandocentrum op, met daarin politie, Openbaar Ministerie, de vijf grootste Brabantse steden, de Belastingdienst en andere. Met één doel: de georganiseerde misdaad aanpakken. Wie de baas was, was onbelangrijk. Ze moesten geen plannen schrijven, maar aan de slag.

„Door informatie te delen kregen we meer zicht op de professionele werkwijze van rijke criminele groeperingen. Ook werd duidelijker wie betrokken waren. Makelaars bijvoorbeeld, en elektriciens die wietplantages bouwden. Samen bekeken we hoe we een topcrimineel het beste konden aanpakken – bijvoorbeeld strafrechtelijk of via een fiscale aanslag.”

Welk effect had die aanpak?

„We zien een verschuiving van hennepkwekerijen naar België en andere provincies. We maken heling moeilijker doordat we nu bijvoorbeeld aandacht hebben voor witwasconstructies bij autoverhuur- of beveiligingsbedrijven. We maken vermenging van boven- en onderwereld lastiger, nu we beter weten hoe en met wie criminelen werken. Via telefoontaps horen we dat criminelen een enorme hekel aan ons hebben. Vooral omdat ze we ze raken in hun portemonnee.”

Keert het tij?

„Het zijn meer dan speldenprikjes. Ik geloof dat we het criminelen in Brabant op het moment verdomd lastig maken doordat we een effectieve overheid hebben gebouwd. Maar we zijn er nog niet.”

En nu?

„We pakken door. In allebei de politieregio’s in Brabant werkt een stuurgroep met brede steun verder. Maar we moeten ons ook zorgen blijven maken. Tegenover de georganiseerde criminaliteit moet een georganiseerde overheid staan. Die moeten we nationaal verder vorm geven. Daarvoor hebben we leiderschap nodig op het hoogste niveau.”

Wat kun je hieruit leren?

„Als je niet kijkt, zie je niets. Dus ik zou willen zeggen: kijk, pak aan en wacht niet af tot het urgent wordt.”