Chinezen die ouders niet bezoeken wacht cel

Wie zijn ouders in China verwaarloost, riskeert een boete of zelfs celstraf. Maar veel jongeren zijn te druk. ,,Ik krijg maar drie keer per jaar vrij.”

Vanaf begin deze week is iedereen in China wettelijk verplicht zijn of haar ouders als zij de zestig zijn gepasseerd regelmatig te bezoeken of te bellen. Wie niet voorziet in vaders of moeders „psychologische en spirituele noden”, loopt kans op een boete of zelfs celstraf.

De nieuwe wet die is uitgevaardigd door het Nationale Volkscongres, het parlement van China, is een aanvulling op de wet die kinderen verplicht in de „fysieke en financiële noden” van hun ouders te voorzien.

Hoe vaak kinderen hun ouders moeten bezoeken of bellen schrijft de rekkelijk geformuleerde wet niet voor. Maar in een rechtszaak in Wuxi heeft de rechter gisteren bepaald dat twee beklaagden hun 77-jarige moeder, respectievelijk schoonmoeder minstens iedere twee maanden moeten bezoeken en met haar ook de talrijke Chinese feest- en nationale dagen moet doorbrengen. Doen zij dat niet, dan volgt een zware geldboete.

Een van de opstellers van de wet, professor Xiao Jinming van de Universiteit van Shandong, legde gisteravond op de staatstelevisie uit dat de wet is bedoeld om „de behoefte van bejaarden aan emotionele steun” te onderstrepen. In het land waar het respect van kinderen voor hun ouders er van jongs af aan wordt ingepompt, voelen ouderen zich volgens Xiao zich steeds meer verwaarloosd.

„De culturele traditie dat Chinezen financieel en emotioneel voor hun ouders zorgen staat bedoeld en onbedoeld onder druk”, aldus de Shanghaise socioloog Chen Haoren. Met dubbele banen in een economie waarin het tempo hoog ligt, hebben volwassen kinderen steeds minder tijd voor hun ouders.

De 250 miljoen arbeidsmigranten, die op duizenden kilometers afstand van hun geboortedorpen werken hebben geen tijd of geld om vaker dan een keer per jaar het ouderlijk huis te bezoeken en steeds vaker worden bejaarden in bejaardenhuizen ondergebracht in plaats van in huis te worden genomen.

Uit onderzoek van Chen blijkt dat 44 procent van de Chinezen zijn of haar ouders nooit of slechts een keer per jaar – tijdens het Nieuwjaarsfeest – bezoekt. Het aantal ouderen boven de zestig jaar zal in snel vergrijzend China groeien van de huidige 193 miljoen naar 487 miljoen in 2050.

De nieuwe wet krijgt vooral in de provincies met niet bestaande of zwakke sociale zekerheid en een groot tekort aan bejaardenopvang veel bijval. Maar juist op het platteland worden de bejaarden door families beter opgevangen dan in de steden, waar het probleem van vereenzamende bejaarden het grootst is.

De meeste bezwaren tegen de bepaling dat ouders regelmatig bezocht moeten worden kwamen dan ook van stedelingen die aanvoeren geen tijd te hebben of te klein behuisd te zijn. „Ik werk zeven dagen in de week en heb maar drie keer per jaar vrij. Ik zou niet weten hoe ik mijn ouders in de provincie Anhui regelmatig moet bezoeken”, zei een restauranthouder in Shanghai.

Op de radio zei een jonge analist bij een Shanghaise aandelenmakelaar dat hij maar eens in de drie jaar tijd krijgt zijn ouders in de verre provincie Qinghai te bezoeken. „Wetgeving en de dagelijkse praktijk van internationaal werkende bedrijven sluit niet op elkaar aan”, klaagde hij.

Op het Chinese twittersysteem Weibo is inmiddels de wet bekritiseerd als een vorm van ouderwetse, betutteling zoals ten tijde van Mao Zedong. Maar zestig- en zeventigplussers die misschien nog heimwee hebben naar die oude tijden reageerden tevreden, hoe moeilijk uitvoerbaar de wet ook mag zijn.