Bouterse vergeeft Nederland voor slavernij

President Bouterse tijdens zijn inauguratie in 2010. Foto ANP / Edward Troon

Desi Bouterse heeft het volk van Suriname opgeroepen om Nederland te vergeven voor ‘de martelingen en mensonterende zaken’ die tijdens de slavernij zijn gebeurd. Dat deed het Surinaamse staatshoofd maandagnacht op het Onafhankelijkheidsplein in Paramaribo, tijdens zijn toespraak ter ere van de afschaffing van de slavernij, 150 jaar geleden.

Bouterse:

“We hoeven niet steeds alleen maar achterom te kijken. Al waren het zware dagen, laten we die periode toch afsluiten. Wanneer de oude kolonisator (Nederland, red.) vraagt om vergeving, laten wij hen dan ook vergeven.”

Na zijn oproep richtte Bouterse zich tot het publiek van enkele tienduizenden, met de vraag of zij ermee instemden dat Nederland wordt vergeven. De vraag werd met luid enthousiasme en gejoel onthaald:

“Wanneer we met haat en wrok in ons hart door blijven gaan, is er geen plaats voor vooruitgang en liefde. We hebben elkaar nodig.”

Asscher betuigde gisteren ‘diepe spijt’

De vergevingsgezinde toespraak is opvallend, te meer omdat Bouterse Nederland in toespraken veelal negatief benaderde. Bovendien had de Nederlandse regering gisterochtend, tijdens de slavernijherdenking in het Amsterdamse Oosterpark, de door velen verhoopte excuses om de slavernij nog achterwege gelaten. Vicepremier Lodewijk Asscher betuigde er enkel ‘diepe spijt en berouw’.

Toch passen de woorden van Bouterse in de sfeer van voorzichtige toenadering die al enkele weken tussen Den Haag en Paramaribo lijkt te heersen. Zo trad vorige week ook al een nieuwe ‘chef de poste’ aan op de Nederlandse ambassade in de Surinaamse hoofdstad. Een schril contrast met vorig jaar.

Toen werd de Nederlandse ambassadeur door voormalig minister Uri Rosenthal teruggeroepen nadat in het Surinaamse parlement een amnestiewet was aangenomen. Die wet stopt de vervolging van Bouterse voor zijn aandeel in de Decembermoorden.

De hele eerste julidag stond in Suriname in het teken van honderdvijftig jaar ‘keti koti’, ‘verbroken ketenen’ in het Surinaams. De historische binnenstad van Paramaribo was tot laat in de avond vervuld van zang, dans, muziek, volksspelen, poëzie en optochten in traditionele klederdrachten.