Beleggen in tabak wordt taboe voor medisch sector

Het Pensioenfonds Zorg en Welzijn stopt met be- leggen in tabaksfirma’s. Het is bezorgd over hun arbeidsomstandigheden en marketing.

Het pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW), dat de pensioenen van 2,5 miljoen (oud-)werknemers in de sector beheert, belegt niet meer in tabaksfabrikanten. Dat maakte het fonds gisteren bekend.

Het pensioenfonds voor de medisch specialisten hakte eind vorig jaar de knoop al door. Ook dat fonds belegt niet meer in tabaksbedrijven.

Het Pensioenfonds Zorg en Welzijn belegt met ingang van 1 juli niet meer in tabak. Dit besluit werd al eerder dit jaar genomen, maar is pas gisteren bekendgemaakt, nadat de ‘tabaksportefeuille’ was afgestoten.

PFZW heeft een belegd vermogen van ongeveer 135 miljard euro, waarvan eind vorig jaar ruim 610 miljoen euro was belegd bij tabaksproducenten, waaronder British American Tobacco (onder andere Lucky Strike, Pall Mall) en Imperial Tobacco (Gauloises, Drum).

Het fonds heeft, volgens de woordvoerder, zo’n vier jaar met tabaksproducenten gesproken over de problemen die speelden binnen de sector, maar dit leidde niet tot de gewenste verbeteringen. Daarbij ging het met name om de arbeidsomstandigheden en kinderarbeid. Daarnaast maakte het fonds bezwaar tegen de marketing en verkoop van tabaksproducten gericht op jongeren.

„De tabaksondernemingen hebben in deze gesprekken de zorgen van PFZW niet weg kunnen nemen”, zegt de woordvoerder. „In combinatie met de lastige relatie van het product met de sector zorg en welzijn, resulteerde dit in een uitsluiting.”

Uit een analyse van zogenoemde uitsluitingslijsten van pensioenfondsen blijkt dat de meeste, zo niet alle, bedrijven uitsluiten die controversiële wapens produceren (landmijnen, clustermunitie). Dat zegt Anniek Herder van onderzoek- en adviesbureau Profundo.

Verder zijn het met name grote mijnbouwbedrijven die vanwege milieuvervuiling of mensenrechtenschendingen worden uitgesloten. Bontproductie en gebruik van genetisch gemodificeerde producten (GMO’s) zijn ook activiteiten die vaak worden uitgesloten.

Uitsluiting van tabaksproducenten komt, volgens Herder, vooral voort uit ethische motieven, net als de uitsluiting van pornografie, alcoholproducenten en casino’s (zogenoemde sin stocks).

Ook bij investeringen in landen door middel van de aankoop van staatsobligaties is het belangrijk om te kijken naar niet-financiële criteria, zoals wapenhandel en mensenrechtenschendingen. Profundo heeft in dit kader PNO Media aanbevolen om de Press Freedom Index te gebruiken voor uitsluitingen van landen. PNO Media is een bedrijfstakpensioenfonds in de mediasector. Zijn belegd vermogen bedraagt ruim 4,1 miljard euro.

„Als pensioenfonds voor de mediasector hechten we veel belang aan persvrijheid”, schrijft het fonds in een motivatie. PNO Media heeft daarom besloten om staatsobligaties die worden uitgegeven door staten die de persvrijheid ernstig schenden, uit te sluiten van zijn beleggingen.

Op basis van de Persvrijheid Index van de internationale pressiegroep Reporters Without Borders beoordeelt PNO Media voor welke staten dit geldt. Reporters Without Borders verzet zich tegen censuur en wetten die de persvrijheid ondermijnen.

In de Persvrijheid Index worden alle staten beoordeeld naar de mate waarin zij verantwoordelijk zijn voor geweld tegen journalisten, de media controleren en censuur toepassen. PNO Media doet niet in staatsobligaties van landen waar de persvrijheid volgens Reporters Without Borders zeer ernstig wordt bedreigd.