Ballende knapen in gouden licht

Opera

Death in Venice van B. Britten door English Nat. Opera/E. Garner. Regie Deborah Warner. Decor Tom Pye. Licht Jean Kalman. Gezien Coliseum Londen. Herh. in het Muziektheater A’dam 3, 5 en 7/7. Info: www.dno.nl****(muziek), *****(regie)

Natuurlijk voelde componist Benjamin Britten zich aangetrokken tot de novelle Der Tod in Venedig van Thomas Mann. Diens getuigenis van een oudere schrijver wiens inspiratie en levenslust weer opborrelen bij de aanblik van de kwetsbare, mooie knaap Tadziu, toont verwantschap met alle verhalen die Britten op muziek zette. Peter Grimes, Billy Budd, Owen Wingrave – ondanks de verschillen zijn het alle verhalen over mannelijke eenlingen en hun strubbelingen met gezag, gezindheid, zinnelijkheid.

In dat rijtje is Death in Venice niet Brittens toegankelijkste opera, maar wel degene die het dichtst raakt aan Brittens eigen worstelingen. Aan de oppervlakte: zijn voorkeur voor knapen. Daaronder: ouder worden versus vernieuwend willen blijven.

Het is de grote verdienste van de voorstelling van Death in Venice die afgelopen maand te zien was bij de English National Opera dat al die spanningen door regisseur Deborah Warner zijn gevat in treffende sfeerbeelden – ook tijdens de veelzeggende tussenspelen. Daarbij speelt de belichting van Jean Kalman een sleutelrol. Het gouden tegenlicht waarin hij de schoonheid vangt van ballende knapenlijven aan het strand, illustreert de homo-erotische teneur van tekst en inhoud even esthetisch als discreet. Ook het wringen tussen noordelijke ratio, zuidelijk temperament en oosterse mystiek, cruciaal in Mann en in Brittens partituur weerspiegeld, krijgt zo vorm: de silhouetten zijn een soort schaduwtheater.

De Nederlandse Opera heeft de voorstelling aangekocht voor reprise deze week, waarbij dirigent, koor en voorstelling identiek zijn aan die in Londen. In de bak zit straks echter het Rotterdams Philharmonisch Orkest, dat onder Edward Gardner vermoedelijk minstens zo goed in staat zal blijken te schakelen tussen nervositeit en elegische breedte.

Tenor John Graham-Hall (Gustav von Aschenbach) heeft een loodzware rol, maar zingt die met verve.