Acteren

Er kleeft iets tragisch aan acteurs die beroemd worden dankzij een hoofdrol in een tv-serie. Ze vallen meestal volledig samen met hun personage, zelfs de naam daarvan is belangrijker dan hun eigen naam.

Het was niet James Gandolfini die Tony Soprano speelde, Tony Soprano werd gespeeld door James Gandolfini. Hetzelfde gebeurt nu weer met Jon Hamm, de vertolker van Don Draper in Mad Men, en met Bryan Cranston die Walter White in Breaking Bad speelt.

Als de serie is afgelopen, hebben zulke acteurs het hoogtepunt van hun carrière achter de rug. Ze zullen nooit meer de waardering van vroeger krijgen. Denk maar aan Dick van Dyke (The Dick van Dyke Show), Louise Lasser (Mary Hartman, Mary Hartman), David Janssen (The Fugitive), Dennis Franz (New York Police Department), Carroll O’Connor en Maureen Stapleton uit Archie Bunker. Er zijn ex-tv-acteurs met wie het beter afliep (Peter Falk, George Clooney, Bruce Willis), maar dat komt niet zo vaak voor.

Het betreft niet alleen de hoofdpersonen uit de tv-series, maar ook de acteurs in de markante bijrollen: de kantoorgenoten van Don Draper, het maatje van Walter White. Wie kijkt er straks nog naar hen om?

Al die acteurs zijn zich dat uiteraard al bewust in de periode dat hun tv-serie nog loopt. Het is een onderwerp dat steeds opduikt in de interviews met hen. Zo’n acteur moet gekweld worden door ambivalente gevoelens: die ene rol waaraan hij alles te danken heeft, wordt een huid die hij nooit meer kan afstropen.

Toen ik gisteren over Mad Men schreef, stuitte ik op een reportage uit april van dit jaar in Rolling Stone over Jon Hamm uit Mad Men : „How Jon Hamm’s Inner Demons Made Him TV’s Hottest Star.’’ Interessant. Had Jon Hamm soms dezelfde innerlijke duivels als zijn personage Don Draper, die bikkelharde, maar ook zichzelf hatende reclameman die van zijn leven herhaaldelijk een zootje maakt?

Voor de buitenwereld, in dit geval een journalist, is het reuze verleidelijk om acteur en personage met elkaar te vereenzelvigen. Wij willen graag dat fictie non-fictie wordt. Jon Hamm wilde daar best enigszins in meegaan – maar niet te ver. Ja, hij herkende wel wat van de onzekerheid van Draper. „Wat gebeurt er met mij als acteur als niemand me meer wil? Niemand van ons wordt jonger. Je zag hetzelfde bij Don toen Betty hem verliet – hij was kapot.’’

Maar Matthew Weiner, de maker van de serie, zet nog een stap verder. Hij zegt dat Hamm dankzij Draper beter zichzelf leert kennen. „De bescheidenheid van Jon is niet gespeeld – er zit diep van binnen, zoals bij iedereen in dit vak, een hoop zelftwijfel en een hoop geschiedenis die hij graag zou herschrijven. Het is een geschenk voor hem, hoe pijnlijk ook, dat hij zijn duivels in deze fictieve omgeving kan uitdrijven. De correlatie tussen Jon en Don Draper is 100 procent (…).”

Dat werd Hamm te gortig, hij weersprak Weiners analyse openlijk. „Acteren is voor mij nooit therapie geweest. Het is niet een of andere diepe psychologische exercitie. (…) Eerlijk, ik geloof niet dat ik duivels uitdrijf op dezelfde manier als Matt vermoedelijk doet. Ik bedoel – ik schrijf het niet.’’

Er komt ook nog een leven zonder Don Draper, zal hij gedacht hebben.