Achtergrond Obama’s buitenlandteam

In zijn tweede ambtstermijn omringt Barack Obama zich met vertrouwelingen, veel meer dan toen hij in 2009 als president begon. Dat is vooral te zien bij de samenstelling van het team dat de buitenlandse politiek bepaalt.

In zijn eerste termijn gaf hij Democraten uit de kring van de Clintons nog een belangrijke rol, het meest prominent zijn voormalige rivaal in de voorverkiezingen Hillary Clinton, die minister van Buitenlandse Zaken werd. Op Defensie liet Obama Robert Gates zitten, die nog door zijn Republikeinse voorganger George W. Bush was benoemd. En als Nationale Veiligheidsadviseur stelde hij generaal buiten dienst James Jones aan, in de hoop daarmee gezag in Republikeinse en militaire kring af te dwingen.

Inmiddels heeft Obama vier jaar ervaring. Hij is herkozen, en heeft de steun van de Clinton-clan niet meer nodig. En van de Republikeinen, zo heeft hij door schade en schande geleerd, heeft hij hoe dan ook weinig te verwachten.

Zo heeft de president zijn buitenlandteam helemaal met geestverwanten kunnen bemannen. Maar liefst vier hoofdrolspelers kennen elkaar uit een zeer exclusieve club in Washington: de senaatscommissie voor buitenlandse betrekkingen. De vier oud-senatoren zijn vicepresident Joe Biden, minister van Buitenlandse Zaken John Kerry, minister van Defensie Chuck Hagel (een van zijn partij afgedwaalde Republikein) en Obama zélf.

Hier ligt het gevaar van groupthink of ‘groepsdenken’ op de loer, waarschuwen Amerikaanse commentatoren: met deze vier heren met hun vergelijkbare achtergrond (behalve Hagel hebben ze ook nog eens allemaal zeer actief geprobeerd om president te worden) dreigt een situatie te ontstaan waarbij te weinig afwijkende meningen worden gehoord voor beslissingen worden genomen.

Naast CIA-directeur John Brennan (adviseur terreurbestrijding in Obama’s eerste termijn) is Susan Rice het belangrijkste tegenwicht tegen deze club ex-senatoren. Maar ook zij is een vertrouweling, die hoewel ze jaren voor president Clinton had gewerkt, zich in 2008 niet aansloot bij de campagne van diens vrouw Hillary, maar voor Obama.