Zet die draaiende alibimolens dan alleen op lelijke plekken

In Egmond aan Zee lopen ze voor op de rest van het land. Daar is het uitzicht op zee al afgegrensd door een ‘park’ van zwaar gesubsidieerde ijzeren windmolens als eredienst aan ‘het milieu’. Als zichtbare troost voor de nieuwe kolencentrales elders in het land die een veelvoud zullen uitstoten van wat de molens tegen miljarden belastingeuro’s gaan besparen. Voor de opwekking van enkele procenten van de totaal in het land benodigde energie staan overal die alibimolens voor duurzaamheid te draaien, mits het genoeg waait. Alleen als het mist, kun je in Egmond nog dromen van een oneindig uitzicht.

Minister Kamp heeft nu opdracht gegeven tot een studie om het voorbeeld van Egmond in Zeeland en op de Waddenzee te laten volgen. Een windmolenpark dichtbij de kust is namelijk goedkoper dan een op grote afstand en dat is fijn voor energiebedrijven.

Egmond is allang gewend aan goedkope oplossingen. De toegang tot zee is vol beton, steen en versleten hoogbouw. Een lelijke disco is alweer dichtgespijkerd, flats staan te koop. Hier moesten zoveel mogelijk mensen snel naar het strand komen. Goedkope flatgebouwen uit de jaren zestig en zeventig, een parkeerplaats, een reusachtig hotel met vertier binnenshuis voor als de zee verveelt. Temidden van al die bestrating een eenzaam overgebleven duintje als monument van hoe het vroeger was, met een houten trap te bestijgen. Het nabije windindustriepark bekroont deze verstening.

Ik ontmoette weinig weerstand tijdens de voorlichtingsbijeenkomst van Eneco voor nieuwe windparken, die nu verder weg zijn gepland maar als het studieresultaat bevalt misschien alsnog dichtbij komen: Nearshore. Er waren veel gepensioneerden die kanttekeningen hebben maar wel sympathiseren met duurzame energie om hun nageslacht te sparen. Volgens E. Struving, die al veertig jaar in Egmond aan Zee woont, kan windenergie zelfs rendabel zijn als er maar een passende prijs wordt betaald voor CO2-uitstoot. „Het probleem is politiek”, zegt hij en daar heeft hij een punt.

Ook J. Willems heeft geen principieel bezwaar tegen windparken, wel tegen de verdwijning van zijn uitzicht op zee vanuit zijn appartement.

„Een molen op zee is duurder dan een molen op het land”, stelt Struving, van oorsprong elektrotechnicus, vast. Tegen molens op het land heeft hij geen bezwaar, als ze niet op mooi landschap staan. Tijdens een reis met zijn vrouw door Wales zagen ze tot hun schrik de mooiste heuvels en bergen geklemd onder zo’n hoogmolen. Nederland moet die mooie plekken sparen.

Uiteraard zijn er duurzamer opties dan windsubsidie. Je zou de hele grote steenkool gebruikende bedrijven zoveel energiebelasting kunnen laten betalen als wij allemaal. Dan sparen ze eindelijk zoveel energie als ze in een vrijblijvend convenant hadden beloofd. Je zou de hoge energielasten op de zonnecollector, die flatbewoners op hun gezamenlijke dak willen zetten, kunnen schrappen. Dat gebeurt allemaal niet. In plaats daarvan hebben we die religieuze hoogmolens.

Zet die dan alleen op lelijke plekken. Houd de Wadden en Zeeland vrij. Aan Egmond, Bergen aan Zee, Zandvoort, IJmuiden, Noordwijk, Kijkduin of Scheveningen valt niets meer te verpesten. De open zonsondergang kan daar als achtergrondfilmpje worden gedraaid in de disco of boven de doorzichtige bowlingbanen. Op windenergie uiteraard.