Towid Rahman (20) uit Birma

Sinds 2010 in Nederland. Wil terug naar Bangladesh, maar Bangladesh wil hem niet omdat hij daar niet vandaan komt.

Towid Rahman vluchtte februari 2010 vanuit Bangladesh naar Nederland. Rahman behoort tot de Rohingya. Dat is een islamitische minderheidsgroep die voornamelijk in het westen van het boeddhistische Birma woont. Ze hebben daar een moeizaam bestaan. De vader en broer van Rahman werden vermoord in Birma, vertelt hij. Toen zijn zus een jaar later, in 2004, werd gekidnapt en gedwongen in het Birmese leger te dienen, vluchtten Rahman en zijn moeder naar Bangladesh.

Ze zaten daar een paar dagen in een vluchtelingenkamp, tot ze werden opgepikt door een man uit Chittagong. Zijn moeder kon voor hem werken als huishoudster, hij deed allerlei klusjes. De man redde hun leven maar beschouwde hen daarna als hun eigendom, vertelt Rahman. Feitelijk werden ze een soort huisslaven. De moeder kwam nooit buiten, hij drie keer. De laatste keer ging hij olie kopen maar werd te grazen genomen door een groep jongens. Ook in Bangladesh zijn ze niet gecharmeerd van de Rohingya’s, vertelt hij onderkoeld. Zijn kin moest in het ziekenhuis gehecht worden.

Zijn moeder nam een besluit. Zij beloofde haar baas dat ze haar hele leven voor hem zou werken, als hij zou helpen haar zoon naar Europa te krijgen. Haar laatste kind gunde ze een toekomst. En zo arriveerde Rahman als 17-jarige op een koude februaridag in Nederland.

Het verhaal dat volgt, is lang. Maar het kan ook kort: Rahman mag niet in Nederland blijven. De IND gelooft niet dat hij uit Birma komt. De dienst stelt dat hij uit Bangladesh komt. Hij spreekt de taal die daar gesproken wordt. Towid Rahman vindt het niet erg dat hij weg moet. Na ruim drie jaar illegaal bestaan wil hij ook liever weg. Naar Bangladesh graag, want hij mist zijn moeder verschrikkelijk. Het probleem is alleen: Bangladesh wil hem niet.