Slavernij bestaat nog

Moderne slavernij in Nederland komt voor in seksclubs, in de raamprostitutie, in Chinese massagesalons, in de bedelarij, onder straatmuzikanten, onder minderjarige en uitgeprocedeerde asielzoekers, in de drugssmokkel, in het seizoenswerk, de schoonmaak, de bouw, de voedselindustrie, de land- en tuinbouw, de markthandel, in de huishoudelijke hulp. Overal waar in de Europese Unie met open grenzen uitbuiting van arbeid voorkomt, is mensenhandel kennelijk onuitroeibaar.

Het treft zonder uitzondering de zwaksten en rechtelozen, die zich niet durven of niet kunnen melden bij het gezag. Uit angst voor fysiek geweld of represailles tegen de familie thuis, per definitie buiten het bereik van de Nederlandse of zelfs Europese autoriteiten. Intussen staat de bestrijding van mensenhandel in Europa nog in de kinderschoenen. En niet alleen bij de nieuwe lidstaten.

Het is goed om dat vast te stellen op de dag waarop de officiële afschaffing van de slavernij, 150 jaar geleden, door Nederland wordt herdacht. Die oneervolle geschiedenis wordt niet gecompenseerd door een smetteloze trackrecord in het heden. Nederland en andere Europese landen slagen er niet in om deze vorm van georganiseerde internationale criminaliteit geloofwaardig te bestrijden.

Het aantal tegen hun wil naar Nederland gebrachte prostituees dat hier gedwongen moet werken, wordt op 25.000 geschat. Dat zijn er ongeveer evenveel als er inwoners van Baarn zijn. Met hen zou je de ruimen van 41 slavenschepen uit de 17de eeuw kunnen vullen. Die omvang staat in geen verhouding tot het aantal vervolgingen waartoe politie en justitie in staat blijken. Dat zijn er ongeveer 130 per jaar. De processen duren vaak lang, de bewijslast is ingewikkeld en de uitkomst is veel onzekerder dan in andere strafzaken.

Vrijspraken in mensenhandelzaken komen relatief veel meer voor. De strafhoogten noch de omvang van de toegekende schadevergoedingen zijn erg consistent, zo stelde de Nationaal Rapporteur Mensenhandel onlangs vast. Specialisatie bij de rechtspraak is gewenst – en die is dan ook toegezegd.

De misstanden die in de moderne slavenhandel voorkomen, zijn een historische constante. Het brandmerken is geëvolueerd naar tatoeëren, bijvoorbeeld van de naam van de pooier op het lichaam van de vrouw. Ook de moderne slaven voor de seksindustrie arriveren gedesoriënteerd – ze ontdekken pas later waar ze terecht zijn gekomen. De slavernij van toen was een overheidsactiviteit, met een racistisch motief, gericht tegen een ander volk. Mensenhandel van nu is individueel, onderling en zo onderdeel van de alledaagse gruwelijkheid van het bestaan. Die effectief bestrijden is een goede manier om de schuld in te lossen.